In reply to Nike in Roblox by Frank Meeuwsen

Bij al die metaverse berichtgeving van de laatste maanden moet ik telkens terugdenken aan Second Life (uit 2003, nog altijd bestaand én winstgevend, Roblox is zelf ook van 2005), waar ik toentertijd flink in ben gedoken. Ook daar zag je bedrijven (zoals Nike ook toen) er in springen. Voor persaandacht met name m.i.

Deze ronde ben ik extra sceptisch. Ruim twintig jaren rondwandelen in VR werelden heeft me weinig zicht gegeven op overtuigende use cases voor ‘full-immersion’ die nog altijd géén full-immersion is. Ondanks dat ik ook in VR met een headset op hoogtevrees krijg. Met Zuck’s avatar om een virtuele tafel zitten om op een virtuele laptop hetzelfde videocall gesprek te houden als achter mijn echte werkplek? Nein Danke. Waar zitten de nieuwe handelingsmogelijkheden? Niet in het nabouwen van je kantoor of sportschool denk ik. De argumenten zijn hetzelfde dit keer, de visuele en audio effecten 15 jaar geavanceerder, de genoemde use cases net zo onbevredigend als in 1993 toen het nog altijd bestaande Digital Space Traveler begon.

Repliceren wat al kan is m.i. niet voldoende, nieuwe handelingsmacht is nodig om te overtuigen. En ja daar begint het altijd mee, met repliceren, maar dat er mee beginnen hebben we 20 jaar geleden al gedaan, dus laten we het niet nog een keer doen en voortbouwen. Een bril die me afsluit van de wereld ten gunste van een gebrekkige replica is het niet.

AR lijkt me persoonlijk nog altijd veel krachtiger, met informatie-overlays over je omgeving in plaats van in een app in mijn broekzak, liefst aangestuurd door mijn eigen software agents. Dat voegt handelingsvermogen en informatie toe aan mijn fysieke omgeving terwijl ik daarin opereer. Ondanks de ongemakkelijk voyeuristische effecten die dat snel kan opleveren (kijk die gast daar aan de overkant is een wappie op Twitter!), daarom ook met eigen software agents, niet gecentraliseerde.

Nike heeft haar eigen wereld in Roblox. Dit populaire spelplatform krijgt meer en meer aandacht van merken. Opvallend is wat Nike doet om virtueel aan real life te verbinden.

Frank Meeuwsen

Gisteravond vond de 3e Nederlandstalige Obsidian meet-up plaats, dit keer met zeven deelnemers. Organisator was Christian. Het was al weer even geleden dat ik de eerste 2 sessies hield. Veel langer geleden dan ik me realiseerde toen ik het tijdens de sessie gisteren opzocht (de eerste was in april, de tweede in juli)

Omdat ik ziek in bed lig deed ik mee zonder camera en geluid. Af en toe liet ik van me horen in de chat van de online meet-up. Enkele voor mij bekende gezichten, zoals Wouter en Willy, en vooral nieuwe. Dat was prettig want zo hoor je nieuwe dingen.

Een paar dingen die me opvielen en in me opkwamen, voor mijn beperkte energie op was, en ik het gesprek verliet:

Ieder van ons heeft een lange geschiedenis met notitie-apps, en uiteindelijk wint volgens mij de toepassing die niet alleen frictie reduceert om dingen op te slaan en met die dingen te werken, maar die ook andere wegen openhoudt en je niet opsluit in het denken van de maker van de tool. Op een gegeven moment ging het over welke plugins we gebruiken, en ook daar hoorde je reserve voor plugins die je ‘opsluiten’ in de tool, d.w.z. die niet alleen functionaliteit toevoegen, maar ook inhoud die vervolgens buiten Obsidian niet toegankelijk is (in de platte tekstfiles waarin je notities zijn opgeslagen). Later las ik dat er een plugin is die dat opsluitend effect expliciet probeert tegen te gaan voor wat Obsidian zelf aan gegevens opslaat: de Obsidian metadata-extractor die de metadata naar je harde schijf schrijft zodat andere applicaties (zoals bijv AlfredApp) er bij kunnen. Hiermee kun je Obsidian directer vanuit andere applicaties aansturen als je wilt.

Digitaal eerst, of niet?

Digitaal of eerst op papier? Dat is een vraag die al vroeg aan bod kwam. Mede naar aanleiding van hoe Wouter Obsidian gebruikt. Hij doet alles eerst op papier, scant die pagina’s (met Genius Scan van Grizzly Labs op zijn telefoon), en maakt bij elke foto een korte index, zodat hij via de zoekfunctie de juiste scans kan vinden. Na de eerste meet-up waarin hij dat ook vertelde, ben ik mijn eigen papieren notitieboeken ook gaan scannen, met mijn CZUR staande scanner, en maak daar eveneens indexes bij. Dit keer werd me duidelijk dat hij dat net iets anders doet dan ik heb gedaan. Ik maak 1 index per notebook met links naar de plaatjes in de vorm “plaatje12 over #opendata en gesprek met XYZ”, Wouter maakt per scan een note met daarin zijn annotaties, zodat je de afbeelding meteen boven die annotaties ziet staan. Dat lijkt me weliswaar eleganter, maar ook meer werk.

Al heb ik zelf een sterke voorkeur in het meteen digitaal maken van mijn notities, is de rol van papier en pen wel degelijk belangrijk. De reden om als het kan digitaal-eerst te werken heeft vooral met de frictie te maken die de latere omzetting naar digitaal nog altijd betekent. Sinds klas 5 van de basisschool houd ik al notitieblokken vol aantekeningen bij. Dat is 4 decennia aan notitieblokken.
Fysiek iets schrijven is anders en levert andere verbindingen op dan tekst tikken op het scherm.
Fysiek omgaan met bestaande notities heeft dat andere effect ook bij mij: ik plak met enige regelmaat een reeks post-its met inhoud uit mijn notes op de muur om beter te snappen wat onderlinge verbanden kunnen zijn, ‘gaten’ te zien. Ik kan dat welisaar ook in tools als Tinderbox visueel doen op mijn scherm, maar het werkt anders omdat ik dan mijn handen niet gebruik, niet voor de muur in mijn kamer heen en weer drentel etc.

We hadden het ook over lezen op papier of digitaal. Ook daar speelt voor mij de wrijving een rol in hoe je aantekeningen later digitaal kunt verwerken. Ik lees vooral digitaal (het is veelal goedkoper en scheelt thuis vooral enorm veel ruimte), maar voor non-fictie is mijn eigenlijke voorkeur papier, vanwege het overzicht dat het biedt op een manier die e-readers nog altijd niet weten te bieden. Op mijn e-ink device, en voor PDFs die ik in Zotero verzamel is dingen in boeken markeren of in de kantlijn schrijven inmiddels naadloos naar mijn notities te krijgen, zodat ik ze daar inhoudelijk kan verwerken. In deze context werd ook het boek Proust and the Squid: The Story and Science of the Reading Brain van Maryanne Wolf genoemd.

Visueel en tekstgericht

Markdown is een opmaaktaal voor tekst, en Obsidian is een viewer op markdown files, en dus in principe geheel tekstgericht. Je kunt wel plaatjes opnemen maar dat zijn passieve afbeeldingen. Je kunt daarnaast Mermaid diagrammen maken, als manier om in tekst een diagram te definieren.
Tot nu toe was dat weinig nuttig voor me, omdat ik eigenlijk uitsluitend in edit-mode werk, en dan zie je alleen je eigen ruwe tekst, niet de opmaak of het diagram als je die toevoegt. Het is de reden dat veel mensen gelijktijdig de markdown tekst waarin ze werken en het visuele resultaat naast elkaar op hun scherm toonden, maar ik doe dat eigenlijk nooit.
Nu is er sinds kort de Live Preview modus (in beta), waarin je eigenlijk altijd het opgemaakte resultaat van je tekst ziet, totdat je je cursor ergens zet en begint te editen. Dan wordt daar lokaal je orginele markdown zichtbaar. Ik heb nu geen extra muisklikken nodig, en hoef geen extra schermpjes open te hebben om mijn markdown ‘live’ te zien. Dat maakt het weer veel aantrekkelijker voor me om ook visuele elementen in mijn notities (te proberen) te gebruiken.
Een van de deelnemers is een eindexamenkandidaat die de stof deels ook in schetsen en diagrammen vertaalt. Iets visueel maken helpt bij het internaliseren van stof, maar ook bij het naar voren halen van die kennis als je de afbeelding weer ziet. Ingewikkelde complexe dingen laten zich vaak makkelijker in een schets vangen dan in een platte tekst die per definitie lineariteit en hiërarchie suggereert. Tot mijn verrassing gebruikte hij een schetstool die volledig in Obsidian te integreren is, en waarmee je ook zelfs links in een afbeelding naar andere notes kunt opnemen. Die schetstool is Excalidraw, in principe een browsergebaseerde tool. waarvoor iemand een Obsidian plugin heeft gemaakt. Excalidraw is net als Obsidian zelf nog maar anderhalf jaar oud. Daar ga ik zeker mee experimenteren.

In de context van schetsen maken kwam ook The Back of the Napkin van Dan Roam ter sprake, en ik moest zelf ook denken aan sketchnoting en The Sketchnote Handbook van Mike Rohde (alleen al een tof boek omdat ik er in sta 😉 )

Een van de andere deelnemers, Roy Scholten is nadrukkelijk bezig met de rol van visualisatie in het overbrengen van kennis en het helpen bij duiding. Zijn blog Bildung zit vanaf nu in mijn feedreader.

Werk en Privé

Het laatste dat ik even wil aanstippen was een gesprek over of je in je notities werk en privé mengt of juist scheidt, en of je er aparte vaults (losse collecties in Obsidian) voor bijhoudt. Bij mij zit alles op 1 plek, onderscheid maak ik in een folderstructuur zodat dingen over bijvoorbeeld ons huishouden niet staan tussen dingen over een huidig klantproject. Al mijn conceptuele notities zitten wel in één folder, ongeacht het onderwerp, want daar telt de onderlinge (netwerk)verbinding het zwaarst. Mijn folderstructuur is niet thematisch gesplitst maar in aandachtsgebieden in mijn leven (zoals in de Getting Things Done methodiek, en in PARA al zitten mijn projecten allemaal in zo’n aandachtsgebied, anders dan PARA). Voor de genoemde eindexamenkandidaat lag er een splitsing tussen school en de rest, en dat kan ik me goed voorstellen. Je notities voor je eindexamen komen voort uit iets dat je wordt opgelegd, iets vooral buiten je eigen directe interesses of activiteiten. (Tijdens je studie is dat weer net wat anders, daar ontdek je juist welke aspecten je straks in je professie boeiend vindt, dus daar wordt het meer eigen, en minder externe verwachting ondanks de tentamenstructuur). Sommigen doen het net als ik, waar ‘alles’ in het systeem zit. Mijn PKM is deels gebouwd op Getting Things Done en daaruit vloeit die ‘allesomvattendheid’ al voort, maar ook op mijn persoonlijk opvatting dat er weinig verschil is tussen werk en niet-werk voor mij. In die context werd ook gesproken over Kanban of Trello boards voor thuis. Mijn primaire tools voor mijn werk en voor thuis zijn identiek eigenlijk, voor klanten hanteer ik daarnaast meestal andere (die ik grotendeels niet thuis zou willen inzetten, dat is waar). Het thuis hanteren van uit je werk bekende methoden om zo de logistiek thuis te vergemakkelijken, en ruimte te maken voor elkaar lijkt me vooral gezond. Onze eerste verjaardagsconferentie in 2008 ging al hierover.

Dank aan Christian voor het organiseren van deze bijeenkomst, en alle deelnemers voor het delen van hun ervaringen en werkwijzen.

Ook met andere Nederlandstalige Obsidiangebruikers van gedachten wisselen? Die Nederlandstalige Obsidian gebruikers vind je ‘allemaal’ op het Obsidian Discord kanaal #nederlands.

I notice a strong and persistent reluctance with Dutch civil servants to use the word citizen. Apparantly because the Dutch word ‘burger’ carries overtones of ‘kleinburgerlijk’, petty bourgeois, of bourgeoisie, and of the general disdain university students voice for ‘burgers’ (with ‘burger’ being bandied about as an insult amongst them, which gained national usage through the 1990’s Jiskefet satirical tv program). Many civil servants said to me they think the word citizen is ‘old fashioned’.

I find this not only an oddity, but also detrimental to public governance and potentially dangerous.
Not using the word citizen obscures how in the relationship to government citizens have basic human rights, specific constitutional rights, and some duties. A citizen has autonomy and a certain power vis-a-vis the government.
Not using the word citizen, easily obscures that power and those rights to civil servants.

I hear civil servants talk about

  • ‘customers’, usually in the context of providing public service
  • ‘clients’, often in the context of the social domain, reminiscent of how therapists talk
  • ‘inhabitants’, usually a hand-wavy acknowledgement that other people are involved, but in an abstracted, passive or even statistical way,
  • ‘users’, usually carried over from an IT related context
  • or worst case ‘residents’ as if you’re institutionalised.

In all these cases it creates either a distance to people or implies power assymmetries. It makes it easier to dehumanise people. The consequence is the creation of policies about people, but not with those people, because people are never perceived to be on equal footing. Policy gets done over people’s heads, done to them. Participatory processes are then easily reduced to a ritual, a checkbox to mark, something that is a pain and a drag without which your policy process would be so much more efficient. Clients, users and inhabitants are never equal to those who determine policies, whereas citizens would have to be met eye to eye. Acknowledging people as citizens would require curiosity about their needs, motives and actual experiences when developing policy.

Every civil servant I’ve worked with cares about good governance and public service, and individually they wouldn’t treat people as passive objects on which their policies operate, but collectively in their work context they do abstract people out of the equation. And their own choice of words contributes to that, makes it more likely to happen, I think.

In conversations with our public sector clients I always talk about citizens with emphasis. I often also introduce myself as citizen (not as consultant e.g.).

In our projects we always emphasize the need for civil servants to go outside, to check their data and documents against the reality outside, and as often as possible create conversations with real people, with citizens.

With the drive towards ‘data driven’ work, this is ever more essential. Data must be presumed to always describe only a sliver of reality, and to always do so badly on top of that. There is always a check against reality necessary when you want to start relying on data in policy decisions. Visit the places and the people represented in the data, do you recognise them? Do you have a sufficiently nuanced, detailed and rich view on an issue before making a decision? Do people’s stories validate the data, is their meaning incorporated?
Acknowledging people as citizens is also essential to being able to see and use government data publication as a policy instrument, meant to provide agency to people in the context of societal issues and as equal partners in addressing these issues.

Hight time for the public sector to use the word citizen routinely and meaningfully again.

Drummers by Alper Çuğun, license CC BY

Drummer

Drummer is a new outliner tool for blogging launched last month, created by Dave Winer. As it is popping up in various places, connections are built to other tools (like Microblog), I found myself rolling the topic of outlines around in my head.

I have an somewhat ambivalent attitude towards outlining. Actually I need to split that up in being ambivalent on outlining, on outliners, and on OPML, the standard for exchanging outline files. Some remarks on all three things.

Outlines

Outlines are very useful. I use them for braindumps, idea generation, project plannning and design, and when making the storyline for my presentations. They’re great because you can quickly write out many points and then start shifting things around, changing the order, placing items in branches (or chapters) etc.

Outlines are limited as well, because they are hierarchical and linear in nature. This is similar for me with mind maps. They require a beginning and an end, main or central points with sub points etc. Even though you could link or include other outlines on a branch it still is just another part of a tree structure. A large amount of the information I work with is not like that, and a lot of my work processes (especially those where structure needs to emerge from the information, not to be applied to information) are not like that. Stuff is always linked, but those links can loop back, unlike in outlines. In my description of my personal knowledge management system last year I wrote about the distinction between the parts of it that are organised as networks, and the parts that are hierarchical. This is the same thing, at a lower level of aggregation.

Fast Drummer by Hsing Wei, license CC BY

Outliners

Outliners are great tools, and I use them regularly. When done well you can seamlessly move items around, changing the order, nesting them, or moving them several levels up. Dave Winer talks about moving things around ‘on rails’, and indeed that is what it feels like in a well working outliner, an almost frictionless rearranging of things.

I have used a variety of outliner tools over the years. E.g. I used to make my presentation outlines in Cloudliner, which could sync with Evernote. Once the outline was there, I’d move to Evernote to flesh out the story in more detail.
Currently I mostly work in Obsidian, which isn’t a full outliner in the sense that it lacks the ‘on rails’ features, although by now it is way better at outlining than earlier through the use of hotkeys. (See this video by Nick Milo on outlining with Obsidian)
Tinderbox is also an outliner I use, which is also able to work non-hierarchically: I can start there with adding notes visually, and then switching to an outline view of the same information to do the ordering and branching I want.

Where outliners are less great in my eyes is how they generally imply that all outlines are glorified shopping lists. When writing anything it is about creating prose. Sentences need to flow into each other. Outliners in their interface however suggest that every item in an outline is short. A brief statement at most, definitely not something like a full sentence or even a paragraph. This is where for me friction originates, outliner UIs imply bullet lists. The mental model of a bullet list clashes with that of a text, even if well structured. I don’t think outlines need to be bullet lists, but outliner tools apparently do. Obsidian is the only exception, as it works fully in notes, and you can mix up longer pieces of prose with lists of short items, and have bullets as long as a novel if you want. (This is what I gain for Obsidian not having the ‘on rails’ experience)

Even the original demonstration of an outliner, in Doug Engelbart’s famous 1968 demo, shows that clash to me. It demonstrates the power of outliners: rearranging items at will, moving an item to become a sub-item or a sub-item to become a main item, stacking lists multiple levels deep, as well as adding the link to another outline as item in an outline and it being navigable. But the content of the outline demonstrated is short, a shopping list and a task list.

Drummers by George N, license CC BY

OPML

Dave Winer has been developing outliners for a long time, and we also have to thank him for the OPML standard, meant to exchange outlines in XML. Most people that use RSS readers are familiar with OPML because it is the common format in which you can export and import lists of RSS subscriptions.

Outliners are usually capable of exporting OPML. Most outliner tools however only export to OPML, and don’t store them in files that way or in some other text based format (for the ‘on rails’ effect they regularly keep outlines not as files but in an internal database. Obsidian works on files, and thus doesn’t have the ‘on rails’ style). This means there’s no seamless transition from an outliner tool to another tool, or vice versa, nor a good way to switch between different text based formats such as markdown or OPML. Drummer is an exception, it natively stores everything in OPML files.

Another issue I have with outliners is in how they deal with importing OPML. OPML is an extensible format, which allows adding data attributes to the text information in the outline. This allows me to attach meaning to content that is machine readable. It’s what I did for my book lists for instance. Outliners however in general never attempt to check if such data attributes are present. OPML is short for Outline Processor Markup Language, yet outliners never do some actual processing upon import.

I don’t expect general outliners to be able to do something with such attributes, but I would expect general outliners to at least alert me to their presence in an import, and if possible ask me if I’d like to explore them or do something with them. That general outliners only look at the mandatory parts of the OPML file means they never even look if there’s other semantic information present in the OPML file, though the standard supports it.

Yes, you could create your own outliner tool that reads specific additional data attributes but no regular user would be able to. Tinderbox that I mentioned, allows me to set a wide variety of attributes to notes, and I can create an OPML template in Tinderbox that includes (parts of) them in OPML exports. As far as I can tell though it doesn’t support templating OPML imports. Without this there’s no chance of an OPML using ecosystem evolving, and there hasn’t. The lack of interoperability means novel use cases for OPML always need to come with their own bespoke outliner. This is why I add XSLT to my OPML files for RSS subscriptions and for books, basically packaging a reader right inside the file: it makes them human readable in their entirety and independent from outliners.

Hear The Drummer Get Wicked

I think this is how Dave blogs: He opens up an outline at the start of the day and adds items (thoughts, annotated links, bookmarks, comments) to it during the day which get pushed to his blog. Every line has its own permalink, but it’s a single post for the day, evolving during the day and fixed thereafter. I like the ease of use I can imagine that brings to him.

This is much like how I create my day logs in my personal notes. I open it up first thing behind my laptop in the morning, and during the day it’s my jumping off point as well as where I write things down first. What gets bigger or has more permanent value is then split off in its own note, with the note linked in the day log it sprouted from. (I create my weekly notes on this blog from collating the day logs and then picking the things I want to mention from). I wouldn’t post my day logs though, they’re not fit for publication.

Does Dave also have a personal day log, or is that another branch on his daily outline that doesn’t get published?

The reduction of friction between note making and blogging Dave Winer’s workflow suggests sounds valuable though, and Drummer therefore a tool to watch.


Drummer by Jonas Bengtsson, license CC BY

This is very welcome news. The expansive and irritating ‘consent’ forms that IAB makes available to a wide range of sites is about to be judged in violation of the GDPR by the Belgian DPA.

Three years ago I mentioned here a French verdict that I read as meaning the end of IAB’s approach, but now it seems to be happening for real. Good to see the Timelex law firm involved in this. A decade ago I worked closely with them on European open data topics.

To be clear: AdTech is fundamentally non-compatible with the GDPR, and needs to die.

Nâchste Woche Donnerstag 11.11. findet in Düsseldorf ein IndieWebCamp statt. Das Programm startet um 9 Uhr, und endet 15:15. Es ist also eine Kurzfassung von einem ‘normalen’ zweitâgigen IndieWebCamp. Es findet am Tag nach der Beyond Tellerrand Konferenz statt. Beyond Tellerrand ist am 8.11-10.11. Leider habe ich am Nachmittag einen wichtigen Termin in Utrecht, sonst wäre ich gerne nach Düsseldorf gefahren um dabei zu sein. Es ist schon lange her, September 2019, das ich zuletzt an einem IndieWebCamp teilnahm. Das IndieWebCamp Düsseldorf findet in der Zentralbibliothek statt, am Konrad Adenauer Platz. Teilnehmer registrieren sich hier.