Bij de Open State Foundation (waar ik voorzitter ben) zoeken we een nieuwe directeur! Herken jij je in het profiel (PDF), en ben je net zo bevlogen als ons team om digitale transparantie bij de overheid te bevorderen en onze democratie te versterken? Dan horen we heel graag van je! Nadrukkelijk ook als je vindt dat je niet alle ‘vinkjes’ zet.

Open State Foundation is geregeld een waakhond die aanslaat, die laat zien dat het anders moet en kán, en even goed een betrouwbare partner van overheden om te zorgen dat het anders gáát.

Ik initieerde ooit met James Burke in 2008 de allereerste bijeenkomst van wat daarna Hack de Overheid ging heten, en later met Het Nieuwe Stemmen de Open State Foundation werd.
In 2017 schreef ik een impactanalyse op verzoek van Open State Foundation en een fonds, en merkte hoe goed en enthousiast het team is en welke mooie dingen er worden gedaan. Daarom stelde ik me beschikbaar voor het bestuur, en ben ik nu zo’n 8 jaar voorzitter.

Onze huidige directeur Serv Wiemers neemt na 6 jaren afscheid. Hij kwam middenin het eerste corona-jaar op een moment dat veel werk was komen stil te liggen. Niettemin had hij het schip (we zijn gevestigd op het Marineterrein in Amsterdam naast het Scheepvaartmuseum met de replica van de Amsterdam, dus een passende metafoor) spoedig op koers, en sindsdien hebben we een hele reeks mooie resultaten geboekt.

Ik kijk er naar uit kennis te maken met wie de volgende directeur wil en kan zijn!

Elke eerste zondag van de maand is het Doei!-dag, voor een dikke doei aan Big Tech.

Er zijn drie grote intrinsieke problemen met BigTech:
1) grote techbedrijven zijn data-graaiers. In grote techbedrijven gaat het in plaats van digitale dienstverlening bovenal om het verzamelen en verhandelen van data. Data over jou. Om er advertenties mee te verkopen en je gedrag mee te beïnvloeden. In weerwil van Europese privacywetgeving.
2) grote techbedrijven zijn silo’s en de-facto monopolisten. Ze houden je in hun silo door nog resterende verbindingen met andere digitale diensten of platformen of het open web stelselmatig af te breken en onmogelijk te maken (verticale integratie, en walled gardens). Hun de-facto monopolistisch karakter maakt dat ze hun diensten vervolgens kunnen uitkleden of nog meer richten op data-graaien, omdat je toch nergens anders heen kunt, en andere bedrijven die via hen iets verkopen afknijpen. De verkakking (enshittification) van digitale diensten.
3) grote techbedrijven staan meestal onder invloed van vreemde mogendheden waar jij geen democratische controle over hebt. Daarmee wordt het een pressiemiddel ten koste van jouw vrijheid van handelen. VS-bedrijven moeten toegang bieden aan hun overheid, en die overheid ook een uit-knop toestaan. (Eerst met de Patriot Act van 2000 en nu met de Cloud Act van 2018). Recenter coöpteren ze ook graag Europese toezichthouders en mengen ze zich in binnenlandse democratische processen. Chinese tech-bedrijven zijn integraal onderdeel van het Chinese surveillance en repressie-systeem, en component van het buitenlandse beïnvloedingsbeleid.

De eerste twee redenen zijn voldoende aanleiding voor ieder individu en bedrijf om af te zien van BigTech ‘diensten’, de derde maakt het ook urgent voor alle Europese overheden. Als digitale autonomie (ik bepaal hoe digitale gereedschappen voor me werken en welke ik gebruik) en digitale soevereiniteit (ik bepaal wat ik doe, niemand heeft aan mijn digitale gereedschap een pressiemiddel) je lief is.
De oplossing is overigens niet om gelijksoortige grote bedrijven in Europa te hebben. Die zijn dan net zo problematisch namelijk. Om dezelfde intrinsieke redenen als hierboven, en om de eveneens aanzienlijke problematische externaliteiten die BigTech ook veroorzaakt, t.a.v. klimaat, uitbuiting, haat en geweld.
Je moet er dus ‘gewoon’ helemaal vanaf, en niet op zoek naar een kloon maar dan met een EU vlag. Je moet overstappen naar alternatieven, en iets is pas een alternatief als het ook echt anders is. Qua omvang, financiering, besturing, structuur, functionaliteit en principes.

In ons huishouden zijn we in 2014 begonnen met Doei! zeggen tegen BigTech. Vooral vanwege de eerste reden (al waren enkelen in mijn netwerk toen ook al zeer stellig over de 3e reden). E is dan ook een van de mensen die in navolging van het Duitse Digital Independence Day (dat november vorig jaar startte) op de FOSDEM conferentie in januari bedachten dat een Nederlandse tegenhanger nodig is: Doei! dag.

Doei is technisch makkelijker gezegd dan psychologisch gedaan. Je bent gewend aan hoe het is, hoe je het nu doet. En als je verandert van software, platform of alleen al het uiterlijk van iets, vinden we dat snel erg lastig. Dus is wat hulp en aanmoediging welkom. Dat doet Doei! dag met recepten. Elk recept is een stappenplan om beetje bij beetje BigTech te vervangen door digitaal gereedschap dat alleen jou ten dienste staat. Bijvoorbeeld Signal gaan gebruiken (al is het een Amerikaanse non-profit, op deels Amerikaanse cloud infrastructuur van Amazon) in plaats van WhatsApp (van Meta).

Elke stap weg van BigTech is daarin beter, dan wachten op een perfecte overgang. Natuurlijk zit niet ‘iedereen’ op Signal, en voor je gevoel wel op WhatsApp. Maar sommigen wel, en met iedere overstap wordt de muur om WhatsApp heen doorlatender. Denk aan Hyves, dat was kort na 2010 binnen een paar maanden leeg, terwijl ‘iedereen’ er ‘op’ zat. Nog ‘even’ wachten op het perfecte alternatief en zeggen ‘maar ik weet wel dat ik eigenlijk iets anders moet gebruiken’, is hoe je brein de inspanning die iedere verandering is probeert te voorkomen. Je brein zegt eigenlijk ‘ik wil alleen veranderen als het geen verandering meer is’. D.w.z. je wacht op het redden van je digitale autonomie tot iemand anders dat voor je regelt. Niet heel autonoom, digitaal of anderszins. Je claimt je digitale autonomie door zélf kleine stapjes te zetten, en dat te blijven doen.

Mijn ervaring is dat bijna elke stap vooraf lastiger lijkt dan het meteen nadat je hem gezet hebt bleek te zijn.

Ik heb in 2014 bijvoorbeeld flink zitten puzzelen over hoe ik uit Gmail weg kon, gaf er ook presentaties over, en meteen nadat ik mijn e-mail anders was gaan doen vroeg ik me af waarom ik het niet veel eerder had gedaan.

Ik heb begin vorig jaar besloten dat ik geen e-boeken meer wil kopen bij Amazon. Dat was best even zoeken, waar koop ik die boeken dan wel, en hoe houd ik overzicht (dat ik bij Amazon ook niet had, ik dacht dat alleen maar), maar uiteindelijk was het eenvoudig, en ik ben nu ruim een jaar niet eens meer op hun site geweest. Ook als ik nieuwe boeken zoek, kom ik niet bij Amazon op de site, en in zoekresultaten negeer ik als vanzelf Amazon en Goodreads links. Ik ben veel blijven lezen, en doe dat nu gevarieerder dan voorheen. Ik heb bovendien nu ook meer plezier in het online neuzen naar nieuwe boeken, veel meer een verlengstuk van zoals het ook in een goede boekwinkel kan voelen.

Op mijn laptop (Apple! Maar mijn dochter heb ik een Linux laptop gegeven….) komt alle software die ik dagelijks gebruik van buiten BigTech, en van alle BigTech social media ben ik af. In mijn bedrijf heb ik dat ook grotendeels zo ingericht. Mijn telefoon is nog grotendeels BigTech afhankelijk (een Fairphone met standaard Android van Google nog, al heb ik een collega een ontgooglede mobiel gegeven) maar hopelijk ontvang ik later dit jaar een telefoon van Jolla met Linux (en dan kijken hoe goed bijv bank apps daarop draaien).

Het is ook niet alleen een individuele zaak, al helpt ‘stemmen met je voeten’ echt. In organisaties, op systeem-niveau, en in inkoopprocessen van overheden en bedrijven moet ook iets veranderen. Daarom ben ik bijvoorbeeld in mijn werk nu ook actief in hoe Europese en internationale standaarden voor datatransacties in data spaces en cloud en voor soevereiniteit in cloud platformen worden geformuleerd. Want alleen wie daar meedoet heeft invloed op die standaarden (terwijl iedereen ze moet gaan gebruiken). BigTech zit er áltijd, die hebben daar (overigens zeer kundige) mensen voor en weten dat ze zo de hele markt kunnen beïnvloeden. Ik zit er daarom ook, want tegengas is nodig op de uitgangspunten en aannames die BigTech hanteert.

Perfect is het dus niet/nooit, systemisch niet, en individueel niet. Zo zit ik ook nog wel op LinkedIn (van Microsoft), al heb ik de tijdslijn daar uitgezet voor mezelf toen het inhoudelijk een soort Facebook-kloon begon te worden. Maar dat ik me nu langzaam drukker begin te maken over de hardware die ik gebruik, in plaats van alleen de software en online diensten, is een teken dat ik en ons huishouden al flink wat stappen hebben gezet.

Stap je mee?

Doei!

Uit de Haagse krant van woensdag 25 juli 1928:

Tegen radio-gerucht
Raad van Amersfoort neemt maatregelen
De Gemeenteraad van Amersfoort heeft een verordening aangenomen, waarbij verboden wordt radio-luidsprekers in werking te hebben met geopende deuren of vensters.

Is dit waarom je bij rampen ramen en deuren gesloten moet houden alvorens de regionale radio aan te zetten voor verdere instructies? Tegen geluidsoverlast? 😉

De krant waar het in stond had trouwens wel een probleem met focus en branding: het heette Het Ochtendblad van de Avondpost.

Het is uiterst urgent digitalisering bestuurlijk en politiek te maken, omdat de soevereiniteit van de gemeente op het spel staat. Om daarin handelingsruimte te vinden is het nodig goed onderscheid te maken tussen verschillende aspecten en perspectieven, die wel overlap vertonen met digitale soevereiniteit maar toch iets anders zijn. Teneinde die gevonden handelingsruimte te benutten is technische kennis nodig én een andere kijk op inkoop. Op twee manieren dient een gemeente daarbij over de eigen schaduw te springen. Ten eerste door minder krampachtig vast te houden aan de kamerindeling in het Huis van Thorbecke, zodat je voorkomt dat je ondertussen volledig opgehokt raakt in de cloud. Samenwerking binnen en over bestuurslagen heen is daarbij cruciaal om je digitale soevereiniteit te bewaren.
Ten tweede is het nodig enkele kleine maar zichtbare eerste daden te stellen. Daarmee laat je zien dat de status quo doorbroken kan worden, en dat mobiliseert vervolgens mensen in de eigen organisatie en daarbuiten.
Uiteindelijk is het voor een overheidsinstelling al heel lang niet geloofwaardig uit te leggen waarom je voor bepaalde non-Europese technologie kiest. Tijd voor actie.

De Stadsbron in Amersfoort organiseert in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen komend voorjaar een aantal gesprekken over diverse thema’s. Gisteravond was de eerste, rond het thema digitalisering, en vooral wat een gemeente t.a.v. digitale autonomie en soevereiniteit kan doen. Ik was gevraagd om vanuit ons werk bij The Green Land over digitale soevereiniteit te vertellen. In de zaal een diverse groep geïnteresseerden, met en zonder IT invalshoek, en een handvol leden van de Amersfoortse gemeenteraad.

Ik woon in Amersfoort maar weet niets van de informatiehuishouding van de Gemeente Amersfoort, dus mijn bijdrage ging vooral over patronen en invalshoeken die ik elders tegenkom.
Het eerste in het oog springende patroon is dat als het gaat over ‘digitale autonomie’ en ‘digitale soevereiniteit’, dat vaak als synoniem wordt gezien, en wordt samengevoegd met privacy en informatieveiligheid. Deels omdat de dreigingen voor alle vier kunnen overlappen.
Bovendien wordt hierbij vaak door elkaar heen gesproken over het individuele perspectief, en over organisaties.
Het openbaar bestuur heeft bovendien nog weer een andere positie en verantwoordelijkheden (jegens burgers, democratie en rechtsstaat) die meespelen.
Het is dus goed om te onderkennen wanneer je het over welk onderdeel hebt, en dat we het hier over weliswaar overlappende maar verschillende dingen hebben.

Bij digitale autonomie staat voor mij centraal dat je zelf controle hebt over de gereedschappen die je gebruikt. Jij bepaalt waar en hoe je ze inzet, en je kunt de werking instellen. De leverancier dwingt dan geen instellingen af, en neemt geen invloed op jouw gebruik van het gereedschap. Open source software bijvoorbeeld stelt je in staat de werking van je gereedschap precies na te gaan. De algoritmische bepaalde tijdslijnen in social media platforms als Facebook en X ontnemen je de mogelijkheid te bepalen wat je daar ziet en van wie je dingen ziet. Er zijn grote verschillen in hoe LLMs, de modellen achter generatieve AI toepassingen, wel of niet transparant maken op welke gegevens ze zijn getraind. De mate waarin een ander bepaalt of en hoe jij je digitaal gereedschap gebruikt is de mate van uitholling van jouw autonomie. Soms is dat heel navrant: de software in Poolse treinen detecteerde wanneer onderhoud plaatsvond in andere werkplaatsen dan die van de leverancier, en deed dan alsof de trein niet meer werkte. John Deere tractoren zijn op afstand uit te schakelen door de fabrikant. Handig bij roof, maar het werd ook gebruikt om boeren te dwingen niet zelf aan hun machine te sleutelen. JD betoogde in een rechtbank zelfs dat een boer een trekker helemaal niet in bezit had, maar alleen een licentie op gebruik ervan.

Digitale soevereiniteit gaat een stap verder dan digitale autonomie. Daar is de vraag of een leverancier (of een andere actor achter die leverancier) invloed neemt op wat je als organisatie doet, via hun controle over jouw gereedschap. Doe je als organisatie iets dat iemand anders onwelgevallig is, dan stopt de werking van je gereedschap. De invloed reikt dan dus verder dan alleen het gereedschap, en richt zich op de taken en belangen van je organisatie als geheel. Niet eens met de openbare aanklager van het internationaal gerechtshof? Dan werkt de e-mail niet meer. Voor het openbaar bestuur is digitale soevereiniteit cruciaal, om te zorgen dat het openbaar bestuur zelf, en alleen zelf, democratisch toetsbare besluiten kan nemen over hun werkingsgebied. Het is heel platgeslagen de vraag wie aan jouw ‘uitknop’ kan zitten.

En die vraag moet je elke keer opnieuw stellen. De Amerikaanse overheid claimt bijvoorbeeld sinds de Patriot Act (2001) en sinds de Cloud Act (2018) zeggenschap over alle Amerikaanse entiteiten, ongeacht waar die zich bevinden, en inclusief onderliggende entiteiten. Heeft een leverancier uiteindelijk een Amerikaanse eigenaar dan kan de Amerikaanse overheid die opdragen toegang te verschaffen of diensten te stoppen. Als na een overname een Amerikaanse speler eigenaar is geworden van een tot dat moment soevereine digitale oplossing, dan is die soevereiniteit daarmee verdwenen. Een recent voorbeeld: Solvinity biedt, naast al niet-soevereine cloud oplossingen via o.a. Microsoft Azure, ook een geheel eigen product aan waarop bijvoorbeeld Digid draait. Dat valt na overname onder Amerikaanse overheidszeggenschap. Het maakt daarbij niet uit of data en servers wel of niet in Nederland of Europa staan. Veel ‘soevereine cloud’ aanbiedingen zijn dat dan ook niet, domweg omdat er Amerikaanse leveranciers bij zijn betrokken, die uiteindelijk zullen moeten buigen voor eisen van de Amerikaanse overheid. Ongeacht of dat nu wel of niet in de praktijk voorkomt, de aanwezigheid van de mogelijkheid ondergraaft de soevereiniteit van het openbaar bestuur in Nederland (en de hele EU). Alle leveranciergaranties ten spijt, het fundament eronder is dan rot.

Hoe verklein je de afhankelijkheden, hoe werk je aan digitale autonomie en digitale soevereiniteit? Door na te gaan waar precies de problemen en afhankelijkheden zitten die effect hebben op privacy, digitale veiligheid, autonomie en soevereiniteit. Je pelt het af in lagen. Van kritieke grondstoffen die nodig zijn om bijvoorbeeld chips en computers te maken, via de hardware, fysieke infrastructuur, zachte infrastructuur als cloud en open source componenten, naar data, en toepassingen en diensten. Op elk van die lagen weeg je de risico’s en kun je het hebben over beschermende en mitigerende maatregelen. Eurostack en DOSA, dat ook door de Nederlandse overheid wordt gehanteerd, geven zo’n opdeling in lagen.


Eurostack, Bertelsmann Stiftung (PDF), licentie CC-BY NC ND


DOSA stapelmodel

Dat maakt het mogelijk om strategisch en bestuurlijk naar digitalisering te kijken, in plaats van het als technologie keuze bij de IT-afdeling te laten. En je ziet ook waarom hyperscalers een probleem zijn: ze bieden een stapeling van hun eigen hardware, cloud infrastructuur en data centers, plus databeheer, software en AI tools aan als een geheel.
Door te analyseren waar je als organisatie zelf van bent, en niet, en wat je zelf doet en niet, plus hoe dat is verschoven de afgelopen jaren, open je een directiegesprek over hoe dat zich verhoudt tot de taken en doelen van de organisatie zelf. Dat kan tot keuzes leiden weer meer zelf te doen, het aan anderen te laten, of om de samenwerking te zoeken met gelijksoortige organisaties. Onderstaande plaatjes komen uit een casus van een grote uitvoeringsorganisatie. Van belang is vooral het constateren van hoe er wordt uitbesteed waar je zelf als organisatie ook van bent. Met dergelijke uitbesteding verdwijnt ook belangrijke kennis uit je organisatie. In de uitkomst is het aanwijzen van plekken voor samenwerking belangrijk: in plaats van uitbesteden wordt met gelijksoortige organisaties samengewerkt om gezamenlijk met de juiste kennis en inkoopkennis een oplossing te vinden.


DOSA analyse, wat is er veranderd?


DOSA analyse, andere keuzes maken

Cruciaal daarin is het los van elkaar zien van de verschillende elementen die nu bijvoorbeeld bij een hyperscaler zijn ondergebracht. Welke alternatieven zijn er voor die losse elementen, of groepjes ervan? De ene geïntegreerde verticale kolom uit de stack vervangen door een andere is alleen het wisselen van wie je inmenging in je autonomie en soevereiniteit toestaat.
Dit proces vergt kennis van techniek, organisatie, en inkoop.

Aan de inkoopkant is het zaak factoren in de vereisten en in de weging op te nemen die de gewenste autonomie, soevereiniteit en ethische aspecten borgen. Nu is het veelal zo dat een IT inkoper niet in staat is dergelijke dingen te vergelijken met een door zo iemand als veel tastbaarder ervaren categorie als ‘total cost of ownership’. Er is geen prijs te bepalen voor je soevereiniteit als openbaar bestuur, die te verdisconteren is in de ‘TCO’. Inkopers hebben dus nieuwe taal nodig om zich rekenschap te kunnen geven van factoren die het functioneren van het openbaar bestuur kunnen aantasten.
In naam van efficiëntie worden nu IT-keuzes gemaakt die onnodige kwetsbaarheden introduceren. Doorgedreven efficientie maakt je organisatie en processen heel broos.
Dat bleek de afgelopen weken meerdere keren, weliswaar door storingen in plaats van een actor die bewust aan je uitknop zit maar met hetzelfde effect. In de VS viel een stukje van Microsoft Azure om en bij de NS kon geen OV fiets meer worden gehuurd, werkte de reisplanner niet en vielen de kaartautomaten uit. Een storing aan de Amerikaanse oostkust bij Amazon AWS verstoorde in Nederland Digid, de Belastingdienst, KPN en meerdere banken. Een instellingsfoutje in de VS dat Nederlandse kerndiensten (OV, belasting, banken, telecom) meteen verstoort. Want dat is efficiënt bij de aanschaf, echter zeer broos in de operatie.

Decentrale overheden bewaken in het Huis van Thorbecke nauwkeurig hun soevereiniteit ten opzichte van het Rijk. Dat is ook de reden dat ze hun eigen IT inkopen doen. Maar het wrange is dat men daarmee de soevereiniteit die men verdedigt tegen het Rijk uitlevert aan grote IT bedrijven. De grondwettelijk netjes ingerichte kamer in het Huis van Thorbecke verwordt zo tot een ophokplicht in de cloud.

De soevereiniteit die men verdedigt tegen het Rijk is uitgeleverd aan grote IT bedrijven.

Samenwerking biedt de weg naar voren, zodat je dingen kunt doen die buiten je eigen bereik liggen zonder je uit te leveren aan ondermijning van je soevereiniteit.
Dergelijke samenwerkingsmogelijkheden zijn ruimschoots voorhanden. De VNG uiteraard, en het overheidsbrede digitale overheid overleg (OBDO). Het is zinvol je als gemeente actief bezig te houden met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en de interbestuurlijke datastrategie (IBDS). Op meer operationeel vlak zijn er ook genoeg mogeljkheden samen aan kennis en verandering te werken. Developer.overheid.nl, de open source policy officer bij BZK en het Rijks ICT Gilde zijn logische ingangen.
Europees is die samenwerking ook beschikbaar. Sinds kort is er de EDIC Digital Commons, een samenwerkingsverband van EU Lidstaten om met praktische projecten digitale autonomie en soevereiniteit in de publieke sector te versterken. Nederland is een van de oprichtende landen, en levert de voorzitter, in de persoon van de directeur CIO Rijk. In het algemeen is de Europese regelgeving t.a.v. data en digitalisering veel nadrukkelijker in te zetten als kwaliteitsinstrument voor de eigen informatiehuishouding en de IT-markt.

Beginnen met laaghangend fruit is ook belangrijk. Je hoeft niet met verandering te wachten tot je op papier een oplossing hebt voor de lastigste stukken van je IT-inrichting. Dat is eerder een vijgenblad voor niet willen veranderen. In beweging komen is een helder signaal naar de organisatie en de omgeving dat het openbaar bestuur de eigen digitale soevereiniteit en het beschermen van burgerrechten daarbij serieus neemt.
Feit is ook dat 80% van ons op het werk niet veel meer doet met IT dan technisch eenvoudige documenten schrijven en mailen. Dit betekent dat niets een organisatie in de weg staat om per direct bijv. de MS Office suite te verruilen voor bijvoorbeeld LibreOffice of de Nextcloud Suite. De paar mensen die met lastige macro’s of ingewikkelde spreadsheets werken laat je de switch dan later maken. Evenzo is het een heel eenvoudig maar wel sterk signaal naar buiten om per direct te stoppen met het gebruik van communicatiemiddelen die burgers vasthouden in van AI-gegenereerde inhoud en desinformatie vergeven advertentieplaforms als X en die van Meta (Facebook, Instagram, WhatsApp). Die stapjes lossen het soevereiniteitsprobleem niet op, maar ze doorbreken de status quo. Die status quo doorbreken is een noodzakelijk signaal om te laten zien dat verandering kan en dat jij en je organisatie daarin handelingsmacht hebben.

Want goed beschouwd is het voor het openbaar bestuur al zeker twee decennia niet fatsoenlijk uit te leggen waarom de huidige IT keuzes worden gemaakt, afgezet tegen autonomie, soevereiniteit, en het uitleveren van handelingsmacht aan derden. Op het kruispunt van de spelregels, zoals die uit de digitale markten en diensten verordeningen (DMA, DSA), de AVG, de Datagovernance en Data verordeningen t.a.v. interoperabiliteit en portabiliteit, en de zeer verschillende waardensets die geopolitiek langs digitale weg worden uitgedragen (Europa, VS, China) is het duidelijk welke afslag de overheid moet nemen. De soevereine weg, want anders is die weg.

Onze 9 jarige dochter is wel toe aan een laptop. Voor de vele creatieve dingen die ze doet (zowel met de hand, als op een scherm), omdat haar nerdy ouders hopen dat ze ook aan het programmeren zal slaan, maar primair omdat ze komende maand aan een typecursus begint. Blind een toetsenbord kunnen gebruiken is een bijzonder praktische vaardigheid. En scheelt bakken met tijd als ik het vergelijk met mensen die soms naast me in de trein zitten te werken en met 2 vingers wel een heel mailtje schrijven tussen Den Haag en Utrecht Centraal.

Een laptop dus. Maar dat vergt praktische, geopolitieke en ethische keuzes. Ook omdat waar ze nu als eerste gewend aan raakt de norm zal zijn voor haar, en al het andere vreemd en onwennig daarna.
Linux dus, Mint waarschijnlijk. Zodat ze ook kan leren dat een computer haar gereedschap is, en je nooit alleen maar hoeft te accepteren wat een leverancier vindt dat je er mee moet kunnen doen en niet.

Punt is, zelf gebruik ik geen Linux, maar sinds 17 jaar MacOS. Wel eens een blauwe maandag Linux op een PC gedraaid, 15 jaar geleden of zo, maar ik gebruikte toen eigenlijk geen PC meer.
Dus als ik iets voor mijn dochter wil doen, moet ik zelf ook bijleren, en me in Linux verdiepen.

Bij ‘de linuxspecialist‘ bestelde ik een bootable USB stick met Linux Mint en er staan hier nog wel wat ongebruikte laptops die nog prima functioneren. Een eerste scan voor een eventueel nieuwe laptop brengt me bij Tuxedo computers in Duitsland. Er zijn wel andere leveranciers, maar die hebben vooral heel grote schermen van 15 tot 17 inch diagonaal, dat vind ik geen laptop meer te noemen. Al helemaal niet voor een 9-jarige.

En dan is er nog het regelen van klankbord, een netwerk voor advies en gesprekken.
De Nederlandse Linux Gebruikersgroep, NLLGG lijkt me er voor in het leven geroepen, en ik heb me dus als lid aangemeld.