Een uiterst leesbaar boek, over wit privilege, systeem zien, ons cultureel verleden en de hedendaagse expressie ervan. Over hoe kleine wijzigingen in taalgebruik en iets meer reflectie een hoop kleine agressie schelen. Over luisteren en horen, over ruimte maken. In complexiteit zijn menselijke ervaringsverhalen, met ieder hun eigen waarheid en duiding, de meetlat voor sturing en verandering. Dat is ook als het om racisme gaat het recept. En dat is wat Nzume hier doet, menselijke ervaringen en systeemdenken uiteenzetten.

Dat het boek door anderen wordt gezien als haat, als individuele aanval, en ‘het is ook nooit goed’, ondanks dat Nzume dat nadrukkelijk en bij herhaling anders stelt, is exact het soort simplistische karikatuur waartoe het boek oproept dat nu eindelijk eens overboord te zetten. Om de complexiteit van het menselijk leven te omarmen voor wat het is, zodat we gezamenlijk vooruit kunnen. In plaats van in de opgehouden spiegel te kijken en je boze en vetrokken reflectie voor het gezicht van de ander te houden.

Mijn Open State Foundation collega Wilma Haan wordt per 1 september adjunct-hoofdredacteur bij de NOS. Het is een prachtige stap in haar staat van dienst in de journalistiek. Helaas is de consequentie wel dat Wilma daarmee haar huidige rol opgeeft als directeur van de Open State Foundation (waar ik bestuursvoorzitter ben sinds Wilma’s aantreden). Dat vind ik heel jammer, want we waren eigenlijk net lekker op dreef met elkaar. Zoals ze zelf zei kun je de timing van unieke kansen die voorbij komen zelf niet plannen. Vanuit de Open State Foundation zullen we snel een vacature openstellen voor een nieuwe directeur om de belangrijke missie van Open State Foundation voort te zetten met ons toffe team. Tot september werken Wilma, het bestuur en het team nauw samen om te zorgen dat een nieuwe directeur een vliegende start kan maken.

Het kabinet heeft het Corona dashboard gelanceerd. Het geeft inzicht in een paar van de indicatoren die het kabinet gebruikt bij het beoordelen welke maatregelen tegen de pandemie in Nederland nodig zijn. Het ziet er op zich netjes uit. Elk item is up to date. Bij elk item staat bovendien een link naar ‘meer uitleg en data’. Dat klinkt veelbelovend.

Veelbelovend omdat het lijkt op sommige dashboards van lokale overheden in de VS en het VK waar dat soort links je direct naar de onderliggende data brengen.

Dat is helaas niet het geval, hopelijk alleen nog niet het geval, want de link naar de bron is gewoon naar de algemene website van het RIVM. En het RIVM heeft op haar eigen data site slechts twee datasets, die in de afgelopen week niet zijn bijgewerkt. Dat is een gemiste kans, want er is data genoeg, en het wekt extra vertrouwen en betrokkenheid als het dashboard je direct naar de data brengt.

Screenshot van de Covid gerelateerde 2 datasets op data.rivm.nl

Aan het begin van de pandemiemaatregelen in maart schreef ik al over het gebrek aan data dat het RIVM publiceert, terwijl ze wel dagelijkse nieuwsitems op de site hebben waarin gegevens uit hun data worden gedeeld. Er is niets veranderd in twee en een halve maand, en dat is en blijft zeer zonde. Data publiceren is een integraal onderdeel van de communicatie die bij dit thema hoort. Dat is wat het RIVM nog altijd niet snapt. Het kabinet had echter allang beter moeten weten en daar naar moeten handelen, want het Ministerie gaf eerder rond de corona-app wel degelijk blijk van begrip van het belang van transparantie, en de inzet van data als beleidsinstrument om anderen in de maatschappij mee te activeren.

[UPDATE 6-6] Chris wijst in een reactie op het bestaan van een json feed met de data achter het dashboard. Dat is mooi dat die er is! Het roept echter ook extra vragen op:

  • Waarom wordt er vanuit het dashboard niet naar die data gelinkt?
  • Hoe komt deze data tot stand, is het coronadashboard de samensteller uit onderliggende bronnen, of komt de data van het RIVM?
  • Waarom is de data, als die toch al openbaar wordt gemaakt niet ook vindbaar en downloadbaar via de aangewezen plaatsen, data.overheid.nl, en data.rivm.nl?
  • Waarom is het aantal IC patiënten, dat in dit dashboard zit, op data.overheid.nl expliciet voorzien van een gesloten licentie en niet beschikbaar? De Nederlandse norm is CC0 (publiek domein), maar die wordt hier kennelijk niet gehanteerd?
  • Is er metadata die de datastructuur beschrijft?
  • Waar staan de licenties voor de data?

Mooi woord van Karin Spaink, de nippertjeseconomie. Hier wat afschaven, daar een bochtje afsnijden, voorraden minimaliseren en alles just-in-time. Op het nippertje gaat alles goed. Meestal.

In complexiteitsdenken betekent een ver doorgevoerde efficiëntie wel het afbreken van veerkracht en wendbaarheid. Dat is niet zo erg voor heel voorspelbare zaken (als A dan altijd B), maar wel als complexe vragen zich aandienen. Ik spreek dan vaak over de broosheid van systemen. Broos omdat ze geoptimaliseerd zijn voor een hele smalle groep situaties, een heel specifieke niche. Broos omdat ze het niet meer aan kunnen, of erger nog, volledig in de weg zitten zodra er iets buiten dat spectrum gebeurt. Dan kieper je ineens van voorspelbaarheid in de chaos: heb je net in een paar jaar tijd de IC bedden in Nederland met zo’n duizend verlaagd (in 2017 hadden we er nog zo’n 2100, dit voorjaar net over de 1000) want dat is efficiënter, gebeurt er iets wat meer van je verlangt en wordt de zorg zo overbelast dat alleen drastische maatregelen het nog enigszins kunnen inperken.

Die chaos ontstaat uiteindelijk niet door de zich aandienende verandering, maar juist door de starre efficiëntie van je eigen structuren en systemen. Was je bij voorbaat al in het complexe domein gebleven, het domein van voortdurend waarnemen, bewustzijn van samenhangen en wederzijdse invloeden, en bovenal voortdurend situationeel schakelen, was ‘rolling with the punches‘ waarschijnlijk makkelijker geweest tot nu toe. Dat vergt wel op voorhand wat bewegingsruimte, dingen op reserve, niet alles op 1 paard zetten, maar op meerdere en zelfs ook tegenstrijdige paarden tegelijkertijd wedden.

Omdat je op die manier meer leert over de aard van de vraagstukken die je op wilt lossen, en een verscheidenheid aan oplossingen ontdekt in plaats er op voorhand eentje kiest en in beton giet. Energie overhouden om ineens van koers te kunnen wisselen, of een sprintje extra te kunnen trekken. Dingen achter de hand houden. Maar dat is, tot het nodig is, niet efficiënt op de kortere termijn.

Ik had ooit een manager die het verschil niet zag tussen efficiënt en effectief. Dat is het begin van broosheid. Want het verbeteren van de opbrengstenkant heeft altijd meer ruimte in zich dan wat is te winnen met het beperken van de kostenkant, want die heeft een harde ondergrens die meestal vrij dichtbij ligt. Een van die opbrengsten is handelingsruimte, en juist die wordt in de nippertjeseconomie vaak drastisch beperkt.

Het maakt een veelheid van onze systemen broos, doordat we de onderlinge afhankelijkheden tussen allerlei zaken uit zicht poetsen en negeren, om op ons specifieke stukje van een vraagstuk efficiënter te kunnen zijn. Omdat ze geoptimaliseerd zijn voor druk uit een bepaalde richting maar niet uit een andere. Zoals een been wel goed kan tegen belasting van bovenaf, maar niet goed tegen torsie en draaien. Broos omdat we in een nippertjeseconomie leven. Mooi woord.

Twintig jaar geleden vond de vuurwerkramp plaats in Enschede. Het verwoestte de stad, het bracht de stad samen. Wij bleven er langer door in Enschede wonen dan we dachten, de ontploffingen maakten ons van (oud-)student tot Enschedeër. Het was het moment waarop Enschede ons thuis werd, niet alleen een tijdelijk verblijf. In de afgelopen dagen heb ik er veel aan teruggedacht, door het lezen van het deze maand verschenen boek Brief aan Marcel van Danny de Vries, waarin ik meermalen opduik (ik wist dat hij vooraan stond bij de explosies, want ik had hem getipt). Ik heb vorige week ook mijn eigen herinneringen aan die dag en de dagen erna nu maar eens opgeschreven voor mezelf. Met hulp van Danny’s dagboeknotities kon ik sommige dingen ook beter in de juiste tijdsvolgorde plaatsen.

De vuurwerkramp heeft de levens van diverse mensen die ik ken ingrijpend veranderd, ook als ze niet direct door de ramp getroffen waren. Andere keuzes gemaakt qua beroep of levenshouding, en voor sommigen onverwerkt verlies en nog altijd sluimerende verwijten. Het litteken van de ontploffingen en brand in de stad zelf is vooral prachtig geheeld, met Roombeek een fraaie nieuwe wijk, rondom de krater en het monument. In de hoofden van mensen is dat soms anders. Op de website van de Gemeente Enschede staan na twintig jaar nog altijd, naast foto’s, alle condoleanceregisters. Als ik daar doorheen blader zie ik veel voor mij bekende namen, van buren, bekenden, collega’s, vrienden, verenigingsgenoten, familie, het is een gedetailleerde rouwfoto van het Enschede waarin we toen woonden.

Op het moment dat ik dit bericht plaats, luiden in Enschede van 15:25 tot 15:35 alle klokken, en hangen in de hele stad de vlaggen halfstok. We wonen sinds een paar jaar niet meer in Enschede, maar vandaag om half vier ben ik even weer Enschedeër, en denk ik even terug. Aan toen, toen de schokgolf door ons huis en mijn lijf joeg terwijl ik de gebaksschoteltjes van mijn verjaardag aan het opruimen was. De schokgolf die het fundamentele gevoel veilig te zijn in je eigen huis wegnam, en die zo voor altijd een scheidslijn trok tussen wie wel en niet in de stad was die dag. Aan de verwarring, de neerdwarrelende as en smeulende snippers in de straat en op onze kleren, de zwarte rook, zo zwart en zo dicht dat je hem ‘s-nachts nog zag uit ons woonkamerraam, de stank, de sirenes, de ongewisheid over vrienden, de mensen die ons grijs van as en stof met wat spullen of een huisdier onder de arm wezenloos tegemoet kwamen lopen, de stad die dagenlang knarste onder mijn voeten van al het gesprongen glas. Aan het verdriet bij de aanblik van de verwoesting, toen de zwarte rook eindelijk optrok.

Dat verdriet is niet moeilijk om weer te voelen. Toen ik het dagboek van Danny las vorige week, bij het opschrijven van mijn herinneringen, bij het lezen van de terugblikken op de site van Tubantia, en het teruglezen van de opnieuw gepubliceerde extra editie van zondag 14 mei, kwamen de emoties van toen weer omhoog.

Dichter Willem Wilmink (1936-2003), ook Enschedeër, schreef onderstaand gedicht ‘Enschede huilt’ over de vuurwerkramp. Dat hebben we toen zeker gedaan. Staand met Elmine aan het hek om het verwoeste Roombeek, onder de ogen van een zich wat ongemakkelijk voelende Groningse ME-er, en een Franse journalist afschuddend. Toen ik Danny na een paar dagen weer in levende lijve terugzag en we elkaar woordeloos omhelsden. En op elkaars schouders, tijdens een eigenlijk bizarre kroegavond in de sociëteit van onze studentenvereniging, toen in een kleine groep de ontlading kwam na de Stille Tocht waaraan honderdduizend mensen deelnamen. Een jaar later ook, toen ik heel kort na 9/11 bij ground zero stond en de stank me onverwacht en overrompelend terugbracht naar de vuurwerkramp. “Huil dan maar aan één stuk door” schrijft Wilmink. Zo was het niet, en zo is het niet, voor mij, maar in de afgelopen dagen heb ik wel af en toe opnieuw een traan gelaten.

Ons is persoonlijk niets overkomen daar en toen, zoveel anderen om ons heen in de stad wel. Maar die gigantische schokgolf van de laatste explosie, die zit in me, ook na twintig jaar.

Enschede huilt

Een buurt, die wel veel zorgen had,
maar die ook vol verhalen zat,
vol humor en gezelligheid,
die buurt zijn we voor eeuwig kwijt.

Daar waar het vol van kinderen was,
verschillend van geloof en ras,
maar in hun spel gelijkgezind
loopt nu geen enkel kind.

In de oorlog stond de stad in brand
op Pathmos, Zwik en Hogeland:
meer dan een halve eeuw nadien
kun je daarvan nog sporen zien.

Nu is, in de heerlijke maand mei,
bij vogelzang, zo vrij en blij,
de stad opnieuw iets aangedaan
dat nooit en nooit voorbij zal gaan.

Arm Enschede, verberg je in
de armen van je koningin
en huil, want daar is reden voor
en huil dan maar aan één stuk door.

Herkenbaar! Meer bloggen zoals ik in de afgelopen 2,5 jaar deed betekent niet alleen meer troep, maar ook een hogere waarschijnlijkheid dat er iets tussenzit dat ik langer kan hergebruiken. Het lijkt me ook de bron van impostor syndrom, bijvoorbeeld voor kunstenaars. Zoals ik vorig jaar daarover schreef, getiteld 90% of everything is crap, minder positieve titel dan jij 😀 :

I always love to see (photographs of) artist’s studio’s. The huge mess and mountains of crap. The two hundred attempts at getting a single thing to feel right for once. Often we see master pieces only nicely presented and lighted on a gallery wall. But the artist never saw it like that, s/he inhabits that studio where whatever ends up on a museum wall someday is just one thing in a mountain of other things, between aborted efforts, multiple works in progress, random objects and yesterday’s newspaper.

Replied to 30% van je content wordt een hit

De oorspronkelijke titel van deze blogpost was “70% van wat je schrijft wordt geen hit” maar dat is te negatief ingestoken. Zie eens hoe bij grote artiesten die verhouding ligt…..