Bookmarked Thoughtware by Paul Bricman

Paul Bricman’s ‘thoughtware’ tool Lexiscore, a nutritional label for food for thought, was mentioned in the Obsidian discord channel on knowledge management. His works seems of general interest to me, so I added his writings to my feed reader. I mailed him with two elements that are important in my information strategies that I don’t immediately see covered by his description. One is: In between individual subscriptions and engagement by the masses (likes, shares) to surface what others curate, there is the level of communities of practice and interest. Subscribing to multiple people within a community and doing so in many communities allows a focus on patterns in what people are talking about (what are Berlin coders ehthusiastic about these days, what’s going on in the [your fav topic here] scene in Argentina?), beyond just focusing on individual pieces of shared content. Two is that being able to see how other people differently describe (in tags e.g.) the same pieces of content that caught my attention, gives me a measure of distance to other groups unknown to me, yet with interesting overlap. They are interested in the same thing but use very different words and language to describe it, representing different view points which is valuable information (Surprise). This is how I used Delicious bookmarking when it still showed you how other people tagged the things I bookmarked as well, and who those other people were. Because tags are not just descriptors but also navigational way points.

My research is focused on extending human thinking with artificial ways of thinking. An important part of this venture is bringing to life actual tools which incorporate the artificial affordances I’m designing, and then taking them for a spin. I call this family of tools thoughtware

Paul Bricman

This is quite something to read. The Irish data protection authority is where most GDPR complaints against US tech companies like Facebook end up, because the European activities of these companies are registered there. It has been quite clear in the past few years how enormously slow the Irish DPA has been in dealing with those complaints. Up to the point where the other DPA’s complained about it, and up to the point where the European DPA intervened in setting higher fine levels than the Irish DPA suggested when a decision finally was made. Now noyb publishes documents they obtained, that show how the Irish DPA tried to get the other national DPA’s to accept a general guideline they worked out with Facebook in advance. It would allow Facebook to contractually do away with informed consent by adding boiler plate consent to their TOS. This has been the FB defense until now, that there’s a contract between user and FB, which makes consent unnecessary. I’ve seen this elsewhere w.r.t. to transparency and open data in the past as well, where government entities tried to prevent transparency contractually. Contractually circumventing and doing away with general legal requirements isn’t admissable however, yet that is precisely what the Irish DPA attempted to make possible here through a EU DPA Guideline.

Reading this, the noticeable lack of progress by the Irish DPA seems not to be because of limited resources (as has been an issue in other MS), but because it has been actively working to undermine the intent and impact of the GDPR itself. Their response to realising that adtech is not workable under the GDPR seems to be to sabotage the GDPR.

The Irish DPA failed to get other DPA’s to accept a contractual consent bypass, and that is the right and expected outcome. That leaves us with what this says about the Irish DPA, that they attempted it in the first place, to replace their role as regulator with that of lobbyist:

It renders the Irish DPA unfit for purpose.

Bookmarked Meta’s failed Giphy deal could end Big Tech’s spending spree (by Ars Technica)

This is indeed a very interesting decision by the UK competition and markets authority. I recognise what Ars Technica writes. It’s not just a relevant decision in its own right, it’s also part of an emergent pattern. A pattern various components of which are zeroing in on large silo’d market players. In the EU the Digital Markets Act was approved in recent weeks by both the council of member state ministers and the European Parliament, with the negotation of a final shared text to be finished by next spring. The EU ministers also agreed the Digital Services Act between the member states (the EP still needs to vote on it in committee). The DMA and DSA make requirements w.r.t. interoperability, service neutrality and portability, democratic control and disinformation. On top of the ongoing competition complaints and data protection complaints this will lead to new investigations of FB et al, if not to immediate changes in functionality and accessibility of their platforms. And then there’s also the incoming AI Regulation which classifies manipulation of people’s opinion and sentiment as high risk and a to a certain extent prohibited application. This has meaning for algorithmic timelines and profile based sharing of material in those timelines. All of these, the competition issues, GDPR issues, DMA and DSA issues, and AI risk mitigation will hit FB and other big platforms simultaneously in the near future. They’re interconnected and reinforce each other. That awareness is already shining through in decisions made by competent authorities and judges here and now. Not just within the EU, but also outside it as the European GDPR, DMA, DSA and AI acts are also deliberate export vehicles for the norms written down within them.

….the strange position taken by Britain’s competition watchdog in choosing to block Meta’s takeover of GIF repository Giphy. Meta, the UK’s Competition and Markets Authority (CMA) ruled, must now sell all the GIFs—just 19 months after it reportedly paid $400 million for them. It’s a bold move—and a global first. ……regulators everywhere will now be on high alert for what the legal world calls “killer acquisitions”—where an established company buys an innovative startup in an attempt to squash the competition it could pose in the future.

Morgan Meaker, wired.com / Ars Technica

In reply to Nike in Roblox by Frank Meeuwsen

Bij al die metaverse berichtgeving van de laatste maanden moet ik telkens terugdenken aan Second Life (uit 2003, nog altijd bestaand én winstgevend, Roblox is zelf ook van 2005), waar ik toentertijd flink in ben gedoken. Ook daar zag je bedrijven (zoals Nike ook toen) er in springen. Voor persaandacht met name m.i.

Deze ronde ben ik extra sceptisch. Ruim twintig jaren rondwandelen in VR werelden heeft me weinig zicht gegeven op overtuigende use cases voor ‘full-immersion’ die nog altijd géén full-immersion is. Ondanks dat ik ook in VR met een headset op hoogtevrees krijg. Met Zuck’s avatar om een virtuele tafel zitten om op een virtuele laptop hetzelfde videocall gesprek te houden als achter mijn echte werkplek? Nein Danke. Waar zitten de nieuwe handelingsmogelijkheden? Niet in het nabouwen van je kantoor of sportschool denk ik. De argumenten zijn hetzelfde dit keer, de visuele en audio effecten 15 jaar geavanceerder, de genoemde use cases net zo onbevredigend als in 1993 toen het nog altijd bestaande Digital Space Traveler begon.

Repliceren wat al kan is m.i. niet voldoende, nieuwe handelingsmacht is nodig om te overtuigen. En ja daar begint het altijd mee, met repliceren, maar dat er mee beginnen hebben we 20 jaar geleden al gedaan, dus laten we het niet nog een keer doen en voortbouwen. Een bril die me afsluit van de wereld ten gunste van een gebrekkige replica is het niet.

AR lijkt me persoonlijk nog altijd veel krachtiger, met informatie-overlays over je omgeving in plaats van in een app in mijn broekzak, liefst aangestuurd door mijn eigen software agents. Dat voegt handelingsvermogen en informatie toe aan mijn fysieke omgeving terwijl ik daarin opereer. Ondanks de ongemakkelijk voyeuristische effecten die dat snel kan opleveren (kijk die gast daar aan de overkant is een wappie op Twitter!), daarom ook met eigen software agents, niet gecentraliseerde.

Nike heeft haar eigen wereld in Roblox. Dit populaire spelplatform krijgt meer en meer aandacht van merken. Opvallend is wat Nike doet om virtueel aan real life te verbinden.

Frank Meeuwsen

Gisteravond vond de 3e Nederlandstalige Obsidian meet-up plaats, dit keer met zeven deelnemers. Organisator was Christian. Het was al weer even geleden dat ik de eerste 2 sessies hield. Veel langer geleden dan ik me realiseerde toen ik het tijdens de sessie gisteren opzocht (de eerste was in april, de tweede in juli)

Omdat ik ziek in bed lig deed ik mee zonder camera en geluid. Af en toe liet ik van me horen in de chat van de online meet-up. Enkele voor mij bekende gezichten, zoals Wouter en Willy, en vooral nieuwe. Dat was prettig want zo hoor je nieuwe dingen.

Een paar dingen die me opvielen en in me opkwamen, voor mijn beperkte energie op was, en ik het gesprek verliet:

Ieder van ons heeft een lange geschiedenis met notitie-apps, en uiteindelijk wint volgens mij de toepassing die niet alleen frictie reduceert om dingen op te slaan en met die dingen te werken, maar die ook andere wegen openhoudt en je niet opsluit in het denken van de maker van de tool. Op een gegeven moment ging het over welke plugins we gebruiken, en ook daar hoorde je reserve voor plugins die je ‘opsluiten’ in de tool, d.w.z. die niet alleen functionaliteit toevoegen, maar ook inhoud die vervolgens buiten Obsidian niet toegankelijk is (in de platte tekstfiles waarin je notities zijn opgeslagen). Later las ik dat er een plugin is die dat opsluitend effect expliciet probeert tegen te gaan voor wat Obsidian zelf aan gegevens opslaat: de Obsidian metadata-extractor die de metadata naar je harde schijf schrijft zodat andere applicaties (zoals bijv AlfredApp) er bij kunnen. Hiermee kun je Obsidian directer vanuit andere applicaties aansturen als je wilt.

Digitaal eerst, of niet?

Digitaal of eerst op papier? Dat is een vraag die al vroeg aan bod kwam. Mede naar aanleiding van hoe Wouter Obsidian gebruikt. Hij doet alles eerst op papier, scant die pagina’s (met Genius Scan van Grizzly Labs op zijn telefoon), en maakt bij elke foto een korte index, zodat hij via de zoekfunctie de juiste scans kan vinden. Na de eerste meet-up waarin hij dat ook vertelde, ben ik mijn eigen papieren notitieboeken ook gaan scannen, met mijn CZUR staande scanner, en maak daar eveneens indexes bij. Dit keer werd me duidelijk dat hij dat net iets anders doet dan ik heb gedaan. Ik maak 1 index per notebook met links naar de plaatjes in de vorm “plaatje12 over #opendata en gesprek met XYZ”, Wouter maakt per scan een note met daarin zijn annotaties, zodat je de afbeelding meteen boven die annotaties ziet staan. Dat lijkt me weliswaar eleganter, maar ook meer werk.

Al heb ik zelf een sterke voorkeur in het meteen digitaal maken van mijn notities, is de rol van papier en pen wel degelijk belangrijk. De reden om als het kan digitaal-eerst te werken heeft vooral met de frictie te maken die de latere omzetting naar digitaal nog altijd betekent. Sinds klas 5 van de basisschool houd ik al notitieblokken vol aantekeningen bij. Dat is 4 decennia aan notitieblokken.
Fysiek iets schrijven is anders en levert andere verbindingen op dan tekst tikken op het scherm.
Fysiek omgaan met bestaande notities heeft dat andere effect ook bij mij: ik plak met enige regelmaat een reeks post-its met inhoud uit mijn notes op de muur om beter te snappen wat onderlinge verbanden kunnen zijn, ‘gaten’ te zien. Ik kan dat welisaar ook in tools als Tinderbox visueel doen op mijn scherm, maar het werkt anders omdat ik dan mijn handen niet gebruik, niet voor de muur in mijn kamer heen en weer drentel etc.

We hadden het ook over lezen op papier of digitaal. Ook daar speelt voor mij de wrijving een rol in hoe je aantekeningen later digitaal kunt verwerken. Ik lees vooral digitaal (het is veelal goedkoper en scheelt thuis vooral enorm veel ruimte), maar voor non-fictie is mijn eigenlijke voorkeur papier, vanwege het overzicht dat het biedt op een manier die e-readers nog altijd niet weten te bieden. Op mijn e-ink device, en voor PDFs die ik in Zotero verzamel is dingen in boeken markeren of in de kantlijn schrijven inmiddels naadloos naar mijn notities te krijgen, zodat ik ze daar inhoudelijk kan verwerken. In deze context werd ook het boek Proust and the Squid: The Story and Science of the Reading Brain van Maryanne Wolf genoemd.

Visueel en tekstgericht

Markdown is een opmaaktaal voor tekst, en Obsidian is een viewer op markdown files, en dus in principe geheel tekstgericht. Je kunt wel plaatjes opnemen maar dat zijn passieve afbeeldingen. Je kunt daarnaast Mermaid diagrammen maken, als manier om in tekst een diagram te definieren.
Tot nu toe was dat weinig nuttig voor me, omdat ik eigenlijk uitsluitend in edit-mode werk, en dan zie je alleen je eigen ruwe tekst, niet de opmaak of het diagram als je die toevoegt. Het is de reden dat veel mensen gelijktijdig de markdown tekst waarin ze werken en het visuele resultaat naast elkaar op hun scherm toonden, maar ik doe dat eigenlijk nooit.
Nu is er sinds kort de Live Preview modus (in beta), waarin je eigenlijk altijd het opgemaakte resultaat van je tekst ziet, totdat je je cursor ergens zet en begint te editen. Dan wordt daar lokaal je orginele markdown zichtbaar. Ik heb nu geen extra muisklikken nodig, en hoef geen extra schermpjes open te hebben om mijn markdown ‘live’ te zien. Dat maakt het weer veel aantrekkelijker voor me om ook visuele elementen in mijn notities (te proberen) te gebruiken.
Een van de deelnemers is een eindexamenkandidaat die de stof deels ook in schetsen en diagrammen vertaalt. Iets visueel maken helpt bij het internaliseren van stof, maar ook bij het naar voren halen van die kennis als je de afbeelding weer ziet. Ingewikkelde complexe dingen laten zich vaak makkelijker in een schets vangen dan in een platte tekst die per definitie lineariteit en hiërarchie suggereert. Tot mijn verrassing gebruikte hij een schetstool die volledig in Obsidian te integreren is, en waarmee je ook zelfs links in een afbeelding naar andere notes kunt opnemen. Die schetstool is Excalidraw, in principe een browsergebaseerde tool. waarvoor iemand een Obsidian plugin heeft gemaakt. Excalidraw is net als Obsidian zelf nog maar anderhalf jaar oud. Daar ga ik zeker mee experimenteren.

In de context van schetsen maken kwam ook The Back of the Napkin van Dan Roam ter sprake, en ik moest zelf ook denken aan sketchnoting en The Sketchnote Handbook van Mike Rohde (alleen al een tof boek omdat ik er in sta 😉 )

Een van de andere deelnemers, Roy Scholten is nadrukkelijk bezig met de rol van visualisatie in het overbrengen van kennis en het helpen bij duiding. Zijn blog Bildung zit vanaf nu in mijn feedreader.

Werk en Privé

Het laatste dat ik even wil aanstippen was een gesprek over of je in je notities werk en privé mengt of juist scheidt, en of je er aparte vaults (losse collecties in Obsidian) voor bijhoudt. Bij mij zit alles op 1 plek, onderscheid maak ik in een folderstructuur zodat dingen over bijvoorbeeld ons huishouden niet staan tussen dingen over een huidig klantproject. Al mijn conceptuele notities zitten wel in één folder, ongeacht het onderwerp, want daar telt de onderlinge (netwerk)verbinding het zwaarst. Mijn folderstructuur is niet thematisch gesplitst maar in aandachtsgebieden in mijn leven (zoals in de Getting Things Done methodiek, en in PARA al zitten mijn projecten allemaal in zo’n aandachtsgebied, anders dan PARA). Voor de genoemde eindexamenkandidaat lag er een splitsing tussen school en de rest, en dat kan ik me goed voorstellen. Je notities voor je eindexamen komen voort uit iets dat je wordt opgelegd, iets vooral buiten je eigen directe interesses of activiteiten. (Tijdens je studie is dat weer net wat anders, daar ontdek je juist welke aspecten je straks in je professie boeiend vindt, dus daar wordt het meer eigen, en minder externe verwachting ondanks de tentamenstructuur). Sommigen doen het net als ik, waar ‘alles’ in het systeem zit. Mijn PKM is deels gebouwd op Getting Things Done en daaruit vloeit die ‘allesomvattendheid’ al voort, maar ook op mijn persoonlijk opvatting dat er weinig verschil is tussen werk en niet-werk voor mij. In die context werd ook gesproken over Kanban of Trello boards voor thuis. Mijn primaire tools voor mijn werk en voor thuis zijn identiek eigenlijk, voor klanten hanteer ik daarnaast meestal andere (die ik grotendeels niet thuis zou willen inzetten, dat is waar). Het thuis hanteren van uit je werk bekende methoden om zo de logistiek thuis te vergemakkelijken, en ruimte te maken voor elkaar lijkt me vooral gezond. Onze eerste verjaardagsconferentie in 2008 ging al hierover.

Dank aan Christian voor het organiseren van deze bijeenkomst, en alle deelnemers voor het delen van hun ervaringen en werkwijzen.

Ook met andere Nederlandstalige Obsidiangebruikers van gedachten wisselen? Die Nederlandstalige Obsidian gebruikers vind je ‘allemaal’ op het Obsidian Discord kanaal #nederlands.

I notice a strong and persistent reluctance with Dutch civil servants to use the word citizen. Apparantly because the Dutch word ‘burger’ carries overtones of ‘kleinburgerlijk’, petty bourgeois, of bourgeoisie, and of the general disdain university students voice for ‘burgers’ (with ‘burger’ being bandied about as an insult amongst them, which gained national usage through the 1990’s Jiskefet satirical tv program). Many civil servants said to me they think the word citizen is ‘old fashioned’.

I find this not only an oddity, but also detrimental to public governance and potentially dangerous.
Not using the word citizen obscures how in the relationship to government citizens have basic human rights, specific constitutional rights, and some duties. A citizen has autonomy and a certain power vis-a-vis the government.
Not using the word citizen, easily obscures that power and those rights to civil servants.

I hear civil servants talk about

  • ‘customers’, usually in the context of providing public service
  • ‘clients’, often in the context of the social domain, reminiscent of how therapists talk
  • ‘inhabitants’, usually a hand-wavy acknowledgement that other people are involved, but in an abstracted, passive or even statistical way,
  • ‘users’, usually carried over from an IT related context
  • or worst case ‘residents’ as if you’re institutionalised.

In all these cases it creates either a distance to people or implies power assymmetries. It makes it easier to dehumanise people. The consequence is the creation of policies about people, but not with those people, because people are never perceived to be on equal footing. Policy gets done over people’s heads, done to them. Participatory processes are then easily reduced to a ritual, a checkbox to mark, something that is a pain and a drag without which your policy process would be so much more efficient. Clients, users and inhabitants are never equal to those who determine policies, whereas citizens would have to be met eye to eye. Acknowledging people as citizens would require curiosity about their needs, motives and actual experiences when developing policy.

Every civil servant I’ve worked with cares about good governance and public service, and individually they wouldn’t treat people as passive objects on which their policies operate, but collectively in their work context they do abstract people out of the equation. And their own choice of words contributes to that, makes it more likely to happen, I think.

In conversations with our public sector clients I always talk about citizens with emphasis. I often also introduce myself as citizen (not as consultant e.g.).

In our projects we always emphasize the need for civil servants to go outside, to check their data and documents against the reality outside, and as often as possible create conversations with real people, with citizens.

With the drive towards ‘data driven’ work, this is ever more essential. Data must be presumed to always describe only a sliver of reality, and to always do so badly on top of that. There is always a check against reality necessary when you want to start relying on data in policy decisions. Visit the places and the people represented in the data, do you recognise them? Do you have a sufficiently nuanced, detailed and rich view on an issue before making a decision? Do people’s stories validate the data, is their meaning incorporated?
Acknowledging people as citizens is also essential to being able to see and use government data publication as a policy instrument, meant to provide agency to people in the context of societal issues and as equal partners in addressing these issues.

Hight time for the public sector to use the word citizen routinely and meaningfully again.