Elke eerste zondag van de maand is het Doei!-dag, voor een dikke doei aan Big Tech.
Er zijn drie grote intrinsieke problemen met BigTech:
1) grote techbedrijven zijn data-graaiers. In grote techbedrijven gaat het in plaats van digitale dienstverlening bovenal om het verzamelen en verhandelen van data. Data over jou. Om er advertenties mee te verkopen en je gedrag mee te beïnvloeden. In weerwil van Europese privacywetgeving.
2) grote techbedrijven zijn silo’s en de-facto monopolisten. Ze houden je in hun silo door nog resterende verbindingen met andere digitale diensten of platformen of het open web stelselmatig af te breken en onmogelijk te maken (verticale integratie, en walled gardens). Hun de-facto monopolistisch karakter maakt dat ze hun diensten vervolgens kunnen uitkleden of nog meer richten op data-graaien, omdat je toch nergens anders heen kunt, en andere bedrijven die via hen iets verkopen afknijpen. De verkakking (enshittification) van digitale diensten.
3) grote techbedrijven staan meestal onder invloed van vreemde mogendheden waar jij geen democratische controle over hebt. Daarmee wordt het een pressiemiddel ten koste van jouw vrijheid van handelen. VS-bedrijven moeten toegang bieden aan hun overheid, en die overheid ook een uit-knop toestaan. (Eerst met de Patriot Act van 2000 en nu met de Cloud Act van 2018). Recenter coöpteren ze ook graag Europese toezichthouders en mengen ze zich in binnenlandse democratische processen. Chinese tech-bedrijven zijn integraal onderdeel van het Chinese surveillance en repressie-systeem, en component van het buitenlandse beïnvloedingsbeleid.
De eerste twee redenen zijn voldoende aanleiding voor ieder individu en bedrijf om af te zien van BigTech ‘diensten’, de derde maakt het ook urgent voor alle Europese overheden. Als digitale autonomie (ik bepaal hoe digitale gereedschappen voor me werken en welke ik gebruik) en digitale soevereiniteit (ik bepaal wat ik doe, niemand heeft aan mijn digitale gereedschap een pressiemiddel) je lief is.
De oplossing is overigens niet om gelijksoortige grote bedrijven in Europa te hebben. Die zijn dan net zo problematisch namelijk. Om dezelfde intrinsieke redenen als hierboven, en om de eveneens aanzienlijke problematische externaliteiten die BigTech ook veroorzaakt, t.a.v. klimaat, uitbuiting, haat en geweld.
Je moet er dus ‘gewoon’ helemaal vanaf, en niet op zoek naar een kloon maar dan met een EU vlag. Je moet overstappen naar alternatieven, en iets is pas een alternatief als het ook echt anders is. Qua omvang, financiering, besturing, structuur, functionaliteit en principes.
In ons huishouden zijn we in 2014 begonnen met Doei! zeggen tegen BigTech. Vooral vanwege de eerste reden (al waren enkelen in mijn netwerk toen ook al zeer stellig over de 3e reden). E is dan ook een van de mensen die in navolging van het Duitse Digital Independence Day (dat november vorig jaar startte) op de FOSDEM conferentie in januari bedachten dat een Nederlandse tegenhanger nodig is: Doei! dag.
Doei is technisch makkelijker gezegd dan psychologisch gedaan. Je bent gewend aan hoe het is, hoe je het nu doet. En als je verandert van software, platform of alleen al het uiterlijk van iets, vinden we dat snel erg lastig. Dus is wat hulp en aanmoediging welkom. Dat doet Doei! dag met recepten. Elk recept is een stappenplan om beetje bij beetje BigTech te vervangen door digitaal gereedschap dat alleen jou ten dienste staat. Bijvoorbeeld Signal gaan gebruiken (al is het een Amerikaanse non-profit, op deels Amerikaanse cloud infrastructuur van Amazon) in plaats van WhatsApp (van Meta).
Elke stap weg van BigTech is daarin beter, dan wachten op een perfecte overgang. Natuurlijk zit niet ‘iedereen’ op Signal, en voor je gevoel wel op WhatsApp. Maar sommigen wel, en met iedere overstap wordt de muur om WhatsApp heen doorlatender. Denk aan Hyves, dat was kort na 2010 binnen een paar maanden leeg, terwijl ‘iedereen’ er ‘op’ zat. Nog ‘even’ wachten op het perfecte alternatief en zeggen ‘maar ik weet wel dat ik eigenlijk iets anders moet gebruiken’, is hoe je brein de inspanning die iedere verandering is probeert te voorkomen. Je brein zegt eigenlijk ‘ik wil alleen veranderen als het geen verandering meer is’. D.w.z. je wacht op het redden van je digitale autonomie tot iemand anders dat voor je regelt. Niet heel autonoom, digitaal of anderszins. Je claimt je digitale autonomie door zélf kleine stapjes te zetten, en dat te blijven doen.
Mijn ervaring is dat bijna elke stap vooraf lastiger lijkt dan het meteen nadat je hem gezet hebt bleek te zijn.
Ik heb in 2014 bijvoorbeeld flink zitten puzzelen over hoe ik uit Gmail weg kon, gaf er ook presentaties over, en meteen nadat ik mijn e-mail anders was gaan doen vroeg ik me af waarom ik het niet veel eerder had gedaan.
Ik heb begin vorig jaar besloten dat ik geen e-boeken meer wil kopen bij Amazon. Dat was best even zoeken, waar koop ik die boeken dan wel, en hoe houd ik overzicht (dat ik bij Amazon ook niet had, ik dacht dat alleen maar), maar uiteindelijk was het eenvoudig, en ik ben nu ruim een jaar niet eens meer op hun site geweest. Ook als ik nieuwe boeken zoek, kom ik niet bij Amazon op de site, en in zoekresultaten negeer ik als vanzelf Amazon en Goodreads links. Ik ben veel blijven lezen, en doe dat nu gevarieerder dan voorheen. Ik heb bovendien nu ook meer plezier in het online neuzen naar nieuwe boeken, veel meer een verlengstuk van zoals het ook in een goede boekwinkel kan voelen.
Op mijn laptop (Apple! Maar mijn dochter heb ik een Linux laptop gegeven….) komt alle software die ik dagelijks gebruik van buiten BigTech, en van alle BigTech social media ben ik af. In mijn bedrijf heb ik dat ook grotendeels zo ingericht. Mijn telefoon is nog grotendeels BigTech afhankelijk (een Fairphone met standaard Android van Google nog, al heb ik een collega een ontgooglede mobiel gegeven) maar hopelijk ontvang ik later dit jaar een telefoon van Jolla met Linux (en dan kijken hoe goed bijv bank apps daarop draaien).
Het is ook niet alleen een individuele zaak, al helpt ‘stemmen met je voeten’ echt. In organisaties, op systeem-niveau, en in inkoopprocessen van overheden en bedrijven moet ook iets veranderen. Daarom ben ik bijvoorbeeld in mijn werk nu ook actief in hoe Europese en internationale standaarden voor datatransacties in data spaces en cloud en voor soevereiniteit in cloud platformen worden geformuleerd. Want alleen wie daar meedoet heeft invloed op die standaarden (terwijl iedereen ze moet gaan gebruiken). BigTech zit er áltijd, die hebben daar (overigens zeer kundige) mensen voor en weten dat ze zo de hele markt kunnen beïnvloeden. Ik zit er daarom ook, want tegengas is nodig op de uitgangspunten en aannames die BigTech hanteert.
Perfect is het dus niet/nooit, systemisch niet, en individueel niet. Zo zit ik ook nog wel op LinkedIn (van Microsoft), al heb ik de tijdslijn daar uitgezet voor mezelf toen het inhoudelijk een soort Facebook-kloon begon te worden. Maar dat ik me nu langzaam drukker begin te maken over de hardware die ik gebruik, in plaats van alleen de software en online diensten, is een teken dat ik en ons huishouden al flink wat stappen hebben gezet.
Stap je mee?
Doei!
