Gisteravond vond de 3e Nederlandstalige Obsidian meet-up plaats, dit keer met zeven deelnemers. Organisator was Christian. Het was al weer even geleden dat ik de eerste 2 sessies hield. Veel langer geleden dan ik me realiseerde toen ik het tijdens de sessie gisteren opzocht (de eerste was in april, de tweede in juli)
Omdat ik ziek in bed lig deed ik mee zonder camera en geluid. Af en toe liet ik van me horen in de chat van de online meet-up. Enkele voor mij bekende gezichten, zoals Wouter en Willy, en vooral nieuwe. Dat was prettig want zo hoor je nieuwe dingen.
Een paar dingen die me opvielen en in me opkwamen, voor mijn beperkte energie op was, en ik het gesprek verliet:
Ieder van ons heeft een lange geschiedenis met notitie-apps, en uiteindelijk wint volgens mij de toepassing die niet alleen frictie reduceert om dingen op te slaan en met die dingen te werken, maar die ook andere wegen openhoudt en je niet opsluit in het denken van de maker van de tool. Op een gegeven moment ging het over welke plugins we gebruiken, en ook daar hoorde je reserve voor plugins die je ‘opsluiten’ in de tool, d.w.z. die niet alleen functionaliteit toevoegen, maar ook inhoud die vervolgens buiten Obsidian niet toegankelijk is (in de platte tekstfiles waarin je notities zijn opgeslagen). Later las ik dat er een plugin is die dat opsluitend effect expliciet probeert tegen te gaan voor wat Obsidian zelf aan gegevens opslaat: de Obsidian metadata-extractor die de metadata naar je harde schijf schrijft zodat andere applicaties (zoals bijv AlfredApp) er bij kunnen. Hiermee kun je Obsidian directer vanuit andere applicaties aansturen als je wilt.
Digitaal eerst, of niet?
Digitaal of eerst op papier? Dat is een vraag die al vroeg aan bod kwam. Mede naar aanleiding van hoe Wouter Obsidian gebruikt. Hij doet alles eerst op papier, scant die pagina’s (met Genius Scan van Grizzly Labs op zijn telefoon), en maakt bij elke foto een korte index, zodat hij via de zoekfunctie de juiste scans kan vinden. Na de eerste meet-up waarin hij dat ook vertelde, ben ik mijn eigen papieren notitieboeken ook gaan scannen, met mijn CZUR staande scanner, en maak daar eveneens indexes bij. Dit keer werd me duidelijk dat hij dat net iets anders doet dan ik heb gedaan. Ik maak 1 index per notebook met links naar de plaatjes in de vorm “plaatje12 over #opendata en gesprek met XYZ”, Wouter maakt per scan een note met daarin zijn annotaties, zodat je de afbeelding meteen boven die annotaties ziet staan. Dat lijkt me weliswaar eleganter, maar ook meer werk.
Al heb ik zelf een sterke voorkeur in het meteen digitaal maken van mijn notities, is de rol van papier en pen wel degelijk belangrijk. De reden om als het kan digitaal-eerst te werken heeft vooral met de frictie te maken die de latere omzetting naar digitaal nog altijd betekent. Sinds klas 5 van de basisschool houd ik al notitieblokken vol aantekeningen bij. Dat is 4 decennia aan notitieblokken.
Fysiek iets schrijven is anders en levert andere verbindingen op dan tekst tikken op het scherm.
Fysiek omgaan met bestaande notities heeft dat andere effect ook bij mij: ik plak met enige regelmaat een reeks post-its met inhoud uit mijn notes op de muur om beter te snappen wat onderlinge verbanden kunnen zijn, ‘gaten’ te zien. Ik kan dat welisaar ook in tools als Tinderbox visueel doen op mijn scherm, maar het werkt anders omdat ik dan mijn handen niet gebruik, niet voor de muur in mijn kamer heen en weer drentel etc.
We hadden het ook over lezen op papier of digitaal. Ook daar speelt voor mij de wrijving een rol in hoe je aantekeningen later digitaal kunt verwerken. Ik lees vooral digitaal (het is veelal goedkoper en scheelt thuis vooral enorm veel ruimte), maar voor non-fictie is mijn eigenlijke voorkeur papier, vanwege het overzicht dat het biedt op een manier die e-readers nog altijd niet weten te bieden. Op mijn e-ink device, en voor PDFs die ik in Zotero verzamel is dingen in boeken markeren of in de kantlijn schrijven inmiddels naadloos naar mijn notities te krijgen, zodat ik ze daar inhoudelijk kan verwerken. In deze context werd ook het boek Proust and the Squid: The Story and Science of the Reading Brain van Maryanne Wolf genoemd.
Visueel en tekstgericht
Markdown is een opmaaktaal voor tekst, en Obsidian is een viewer op markdown files, en dus in principe geheel tekstgericht. Je kunt wel plaatjes opnemen maar dat zijn passieve afbeeldingen. Je kunt daarnaast Mermaid diagrammen maken, als manier om in tekst een diagram te definieren.
Tot nu toe was dat weinig nuttig voor me, omdat ik eigenlijk uitsluitend in edit-mode werk, en dan zie je alleen je eigen ruwe tekst, niet de opmaak of het diagram als je die toevoegt. Het is de reden dat veel mensen gelijktijdig de markdown tekst waarin ze werken en het visuele resultaat naast elkaar op hun scherm toonden, maar ik doe dat eigenlijk nooit.
Nu is er sinds kort de Live Preview modus (in beta), waarin je eigenlijk altijd het opgemaakte resultaat van je tekst ziet, totdat je je cursor ergens zet en begint te editen. Dan wordt daar lokaal je orginele markdown zichtbaar. Ik heb nu geen extra muisklikken nodig, en hoef geen extra schermpjes open te hebben om mijn markdown ‘live’ te zien. Dat maakt het weer veel aantrekkelijker voor me om ook visuele elementen in mijn notities (te proberen) te gebruiken.
Een van de deelnemers is een eindexamenkandidaat die de stof deels ook in schetsen en diagrammen vertaalt. Iets visueel maken helpt bij het internaliseren van stof, maar ook bij het naar voren halen van die kennis als je de afbeelding weer ziet. Ingewikkelde complexe dingen laten zich vaak makkelijker in een schets vangen dan in een platte tekst die per definitie lineariteit en hiërarchie suggereert. Tot mijn verrassing gebruikte hij een schetstool die volledig in Obsidian te integreren is, en waarmee je ook zelfs links in een afbeelding naar andere notes kunt opnemen. Die schetstool is Excalidraw, in principe een browsergebaseerde tool. waarvoor iemand een Obsidian plugin heeft gemaakt. Excalidraw is net als Obsidian zelf nog maar anderhalf jaar oud. Daar ga ik zeker mee experimenteren.
In de context van schetsen maken kwam ook The Back of the Napkin van Dan Roam ter sprake, en ik moest zelf ook denken aan sketchnoting en The Sketchnote Handbook van Mike Rohde (alleen al een tof boek omdat ik er in sta 😉 )
Een van de andere deelnemers, Roy Scholten is nadrukkelijk bezig met de rol van visualisatie in het overbrengen van kennis en het helpen bij duiding. Zijn blog Bildung zit vanaf nu in mijn feedreader.
Werk en Privé
Het laatste dat ik even wil aanstippen was een gesprek over of je in je notities werk en privé mengt of juist scheidt, en of je er aparte vaults (losse collecties in Obsidian) voor bijhoudt. Bij mij zit alles op 1 plek, onderscheid maak ik in een folderstructuur zodat dingen over bijvoorbeeld ons huishouden niet staan tussen dingen over een huidig klantproject. Al mijn conceptuele notities zitten wel in één folder, ongeacht het onderwerp, want daar telt de onderlinge (netwerk)verbinding het zwaarst. Mijn folderstructuur is niet thematisch gesplitst maar in aandachtsgebieden in mijn leven (zoals in de Getting Things Done methodiek, en in PARA al zitten mijn projecten allemaal in zo’n aandachtsgebied, anders dan PARA). Voor de genoemde eindexamenkandidaat lag er een splitsing tussen school en de rest, en dat kan ik me goed voorstellen. Je notities voor je eindexamen komen voort uit iets dat je wordt opgelegd, iets vooral buiten je eigen directe interesses of activiteiten. (Tijdens je studie is dat weer net wat anders, daar ontdek je juist welke aspecten je straks in je professie boeiend vindt, dus daar wordt het meer eigen, en minder externe verwachting ondanks de tentamenstructuur). Sommigen doen het net als ik, waar ‘alles’ in het systeem zit. Mijn PKM is deels gebouwd op Getting Things Done en daaruit vloeit die ‘allesomvattendheid’ al voort, maar ook op mijn persoonlijk opvatting dat er weinig verschil is tussen werk en niet-werk voor mij. In die context werd ook gesproken over Kanban of Trello boards voor thuis. Mijn primaire tools voor mijn werk en voor thuis zijn identiek eigenlijk, voor klanten hanteer ik daarnaast meestal andere (die ik grotendeels niet thuis zou willen inzetten, dat is waar). Het thuis hanteren van uit je werk bekende methoden om zo de logistiek thuis te vergemakkelijken, en ruimte te maken voor elkaar lijkt me vooral gezond. Onze eerste verjaardagsconferentie in 2008 ging al hierover.
Dank aan Christian voor het organiseren van deze bijeenkomst, en alle deelnemers voor het delen van hun ervaringen en werkwijzen.
Ook met andere Nederlandstalige Obsidiangebruikers van gedachten wisselen? Die Nederlandstalige Obsidian gebruikers vind je ‘allemaal’ op het Obsidian Discord kanaal #nederlands.
This week was the week that Corona breached our household perimeter.
From the weekend Y had vague complaints, and stayed home Monday. She seemed ok to go to school Tuesday but returned home before the end of school again with some complaints of head and belly aches. Wednesday she woke up with a fever and self-tested positive for Corona. Both E and I self-tested negative, but I did have an itchy throat. As E was symptom free, we quickly checked what supplies we needed and she arranged them. We mentally prepared ourselves for a 10 day stay at home, and made an appointment for a formal test for next Monday. That ‘5 day check’ would determine if we as vaccinated housemates of an infected person would be allowed to go outside. At that point, E because she isn’t showing symptoms could still go out. We also made inventory who Y and I had spent time with in the past days (almost nobody) to inform them, and have that info ready for the call by the track and trace team. Thursday morning I too self-tested positive. Sunday I had felt a bit cold and had taken an afternoon nap, which by now we were of course looking at as a first signal. During the day I felt pretty much ok, and worked normally although I was somewhat distracted because of the unknown.
Thursday evening my condition changed, nose and eyes leaking, sneezing and coughing, with my temp rising. I decided to pitch my bivouac at our top floor and sleep on the fold-out couch there, to not expose E to my sneezes and wheezes during the night. I’ve basically been upstairs all the time since then. E has been ensuring the normal operation of our household by herself meanwhile. By now things seem to be improving, temperature still raised but lower than earlier, less symptoms than in the past 2 days, and my appetite almost normal. At the same time the itchy throat has morfed into a somewhat painful one and I am easily tired after brief excursions downstairs. So not there yet.
Tomorrow Y will still be at home, although she is symptom free now and ok, and can then hopefully return to school on Tuesday. We’ll get our tests tomorrow, and if E still tests negatively that would be great. I’ll be indoors coming week as well I suspect, or at least until 24 hours after the last symptoms disappear. In lieu of a booster shot I get my booster the ‘natural’ way this time it seems. Oh goodies.
This week I
As described above spent half my time isolating upstairs feeling ill. This allowed me to read Chapter House Dune, the 6th Dune novel in the series I started re-reading again after seeing the Dune movie last month
Spent a large part of the other half preparing an important meeting for a client with their board and advisory council
Had the weekly client meetings
Booked a table at restaurant Groenland in Driebergen where a decade ago me and my business partners Paul, Frank and Marc (who since left) decided to start an open data consultancy company together. To celebrate we want to dine there again in the original line-up. You may notice that the name of the restaurant is similar to that of our company The Green Land, and that’s no coincidence. Our imagination w.r.t. names was limited, it shows.
Had a conversation with my business partners on tracking how busy our team is without it becoming a tool that is used to maximize how busy everyone is. We’re aiming for balance. I created some prototypes and a list of assumptions and principles we want to clear with our team before showing them the tool.
Received a phone call that our car had been fixed. We got it towed two weeks ago. As we are in quarantine we couldn’t drive out with our temporary replacement and retrieve our car, so our friendly mechanic drove out to us to exchange the cars, fetched the key fob from underneath the door mat and put ours through the mail box.
Followed the online meet-up of Dutch language Obsidian users, albeit without interacting, and just listening in.
My past few days brought to mind this painting: La chambre à Arles, by Vincent van Gogh, public domain image Musée d’Orsay / Wikipedia
The third Dutch Obsidian meetup took place last Saturday. It was a lot of fun to see how others work in and manage their Obsidian Vault. I still need to process Roy Scholten’s Bildung blog where he writes about information visualization, design, and note-taking, his English translatino of Johannes Schmidt’s Zettelkasten presentation, and Harold Jarche’s Personal Knowledge Management system—always great to get to know new things!
Ton’s summary of the meeting made me realize I might not have explained my analog-to-digital workflow well enough. A lot of it is, of course, scripted. I used to tag scanned images of notes in DEVONThink, unconsciously creating MacOS-specific tags coupled to the
.jpgfiles that Obsidian cannot read, let alone find. I thought about creating a plugin that enables Obsidian to understand these as well, but instead, I opted for an accompanying.mdfile for each scanned image.This is more or less the process:
Scan an entire notebook (see my post on how to do that) in one huge
.pdf;Split into separate
.jpgfiles (relying on ImageMagick, see the above link);Manually tag images to make them searchable (this can be as quick or as painfully slow as you’d like it to be);
Automatically convert images into Obsidian-compatible Markdown files.
Step four involves nothing more but a JS script—in the same vein as the Goodreads export method—that records the MacOS-specific tags (if any) and dumps them in a new file somewhere in my Vault. I use the NPM package
osx-tagfor that, combined with the template mechanismejs:tag.getTags(`${dir}/${path}`, function(err, tags) {
The actual scan is embedded in the template:if(!tags) tags = []
if (err) throw err
const mddata = ejs.render(templates.markdown, { item: {
filename,
tags: tags.map(function(t) {
return t.replace(/ /g, '-')
}),
text: tags.reduce(function(a, b) { return `${a} ${b}` }, "")
} })
writeFileSync(`${dir}/${filename}.md`, mddata, 'utf-8')
})
# [[<%- item.filename %>.jpg]]
<% item.tags.forEach(function(tag){ %>
#<%- tag -%>
<% }); %>
<%- item.text -%>
Simple and effective, reducing my workload and still creating a file if no tags are found. Nowadays, I simply directly edit the generated
.mdfile if I want to “annotate” the scanned image. These text-based files are searchable by both DEVONThink and Obsidian.Also important to note: many Obsidian users are proud of their Vault graph—look at all those connections, it’s a neat constellation! It sure is, but who cares? Almost none of the above generated files are connected, unless I’m working with them. Many notes in my notebooks are tales, newspaper clippings, or photos, that don’t need to be connected.
Only when I’m looking to get something done, I’ll be able to find it again (thanks to the tags) and do something with them. Ideas noted using a pen should eventually end up in a new and separate digital note—with emphasis on eventually. Otherwise, I’m stuck linking and tagging stuff for a week without actually getting anything done. So no, this ain’t your typical Zettelkasten thing.
I also don’t care about TOCs or MOCs (index pages), although I could easily generate one for reach notebook, linking to every page of the notebook. They’re already stored in separate folders, that’s good enough: the index note will never be consulted or edited, so why bother? I have to admit that sometimes, my Vault is just a digital backup, and I use it to quickly find the page and book number, resorting to the analog book itself to re-read the note and get my thinking process going.
I noticed a lot of enthusiastic Obsidian users employ all kinds of cool plugins to create digital mind maps, schematics, and whatnot. Whatever floats your boat! To me, nothing beats pen & paper.
Ton Zylstra heeft de meer complete terugblik van de derde Obsidian meetup, afgelopen zaterdag. Hieronder mijn insteek en proces wat verder uitgeschreven.
Bildung
Bildung is de naam van m’n blog en van een zelf gepubliceerd zine. Bedoeld als oefening in schrijven als manier om het eigen denken aan te scherpen, concreet en deelbaar te maken. Maar Bildung is ook de overkoepelende term voor mijn professionele praktijk, voor zowel autonoom als toegepast beeldend werk
Startpunten
Jarche’s PKM workshop en methode
Seek > Sense > Share is de kernachtige samenvatting van de Personal Knowledge Mastery methode van Harold Jarche. Zijn workshop met dezelfde naam is een elegante instructie in het opzetten van je eigen werkwijze voor het vinden, verwerken en toepassen van kennis.
Wat het mij heeft opgeleverd is precies dat: een raamwerk voor het vinden, verwerken en toepassen van kennis. Kennis in ruime zin, niet alles hoeft een baanbrekende nieuwe gedachte te zijn. Jarche laat zien dat er meerdere ook laagdrempeliger vormen zijn om waarde toe te voegen aan de informatie die je verzameld hebt.
Zettelkasten/Obsidian bouwstenen
Een van de uitgangspunten van Luhmann liggen ook aan het soort notities dat ik aan Obsidian toevoeg: zoveel mogelijk eigen formuleringen, eigen denkwerk, eigen opvattingen (natuurlijk altijd gebaseerd op inputs van anderen, schouders van reuzen etc.).
Natuurlijk zit er ook praktische notes in. How-to’s, checklists, referentiematerialen, projectdocumentatie, etc.
Zie Johannes Schmidt: Der Zettelkasten als Zweitgedächtnis Niklas Luhmanns en een Engelse vertaling hier.
Input
Pinboard
Pinboard is het stuwmeer van verzamelde items die raken aan 1 of meerdere topics waar ik me zelf ook mee bezig houd. Altijd loerende gevaar (of, laten we toegeven gewoon een gegeven feit) is dat het vooral een groeiende berg “to read” items wordt.
Morning pages
Een waardevolle oefening van <30 minuten. De ideale versie: sta een half uur eerder op, zorg dat je in stilte kunt werken. Heb een pen en een schrijfblok. Begin te schrijven en stop niet totdat je drie kantjes (A5) vol hebt geschreven.
Waar is het goed voor: dumpen van crap. Je brein laten poepen. Het ruimt op in je hoofd. Na een kantje of twee van gejammer en geklaag stuit je regelmatig op een gedachte, idee of formulering die tot waardevol nieuw inzicht of begrip leidt.
Morning pages zijn bedacht door Julia Cameron, haar boek The Artist’s Way is een prima handleiding en reisgids voor de verkenning van je eigen creatieve praktijk.
Morning pages moet je niet teveel in teruglezen. Maar er zijn momenten waarin je een inzicht, idee, of formulering een stapje verder brengt. Die zijn natuurlijk de moeite waard om uit die woordenbrij te isoleren en als losse notitie over te nemen.
Schetsboek
Op de kunstacademie is dat zo’n beetje het eerste dat je moet aanschaffen en gaan gebruiken als je dat nog niet deed. Een leeg boek om invallen, opmerkingen, meningen, schetsen, krabbels en wat al niet meer in te maken.
Er valt veel te zeggen over verschillen tussen denken/werken in tekst of beeld, net zoals over analoog schrijven/digitaal typen. Da’s voor een andere keer. Voor nu: het ongestructureerde canvas van het lege vel papier biedt een vorm van vrijheid in exploratie die zich vooralsnog niet laat reproduceren op een digitaal canvas.
Ook hier ligt menig half gevulde moleskine of ander merk notitieboek op het schap. Maar sinds een paar jaar ga ik weer wat serieuzer om met het format schetsboek. Ik werk nu in losse katernen. Geen duur leeg boek dat je zou kunnen verpesten met je lelijke krabbels, maar zo lang mogelijk losbladige setjes dubbelgevouwen vellen A4. Eenmaal acht katernen gevuld laat ik het geheel inbinden tot een boek.
Morning pages en schetsboek zou je ook als output kunnen beschouwen. Ik zet het onder input omdat ik het beschouw als grondstoffen, bronmateriaal om verder te verwerken. Dat dat materiaal zelf geproduceerd is, is daar in die zin ondergeschikt aan.
Output
Obsidian
Obsidian is de plek voor de aantekeningen in wat meer uitgekristalliseerde vorm. Zoveel mogelijk complete zinnen in een samenhangende alinea zoals Sönke Ahrens ons leert.
Blog
Fragmenten die ik wil delen publiceer ik op deze blog. Onderliggende tool hier is write.as.
Week notes
Een manier om door die bewaarde bookmarks heen te werken is week notes schrijven. Dit format heb ik in 2020 vrij consistent aangehouden als manier om een eerste verwerkingsslag op die verzamelde bookmarks te doen. Groeperen van gerelateerde bronnen is immers al een waardevolle oefening.
Idee was dat de weeknotes een reflectie op doorgewerkte materialen zouden zijn, met hier en daar een extra blog post waarin een bepaald onderwerp in wat meer detail doorgewerkt wordt. Dat werkte een tijdje prima, maar door er toch uiteindelijk te weinig tijd aan te besteden werden de weeknotes zelf ook steeds meer verlanglijstjes van dingen die ik had willen doornemen. Een gecureerd overzicht van to-read links, hmmm, minder aantrekkelijk.
Zines
Voor mij de meest interessante en uitdagende oefening is om selecties van mijn beeldend werk, blog posts en schetsboekpagina’s te compileren in zines.
Next: Graphic PKM?
Veel van deze networked thinking tools gaan uit van tekst als primair medium. Voor mij als beeldmaker en -denker: hoe zouden deze principes en werkwijzen toegepast kunnen worden op sets afbeeldingen?
Een grafische Zettelkasten
Een eerste eigen experiment hierin is een analoge Zettelkasten gevuld met A5-formaat drukwerkexperimenten. Het fungeert als documentatie van een doorlopend beeldend onderzoek in de zone tussen taal en teken.
Ik hanteer een naamgeving van individuele items a la Luhmann. Dit neemt het probleem van “titels” voor dit soort werken weg en maakt dat de collectie op elk punt in het geheel uitgebreid kan worden.
Deze serie werken fungeert weer als input voor volgende publicatie(s).
_
#pkm #zettelkasten #creativejournal
—
Roy Scholten
En toen was het ineens dinsdag! Afgelopen dagen liepen anders dan gepland, dus de nieuwsbrief is ook een dagje later. Maar daarom niet minder de moeite om te lezen en vooral door te klikken. Onder andere hoe 144 nieuwsbrieven voor het succes van Substack zorgen, je persoonlijke taxonomie en een nieuwsbrief vol hilarische woede.
Ik ben benieuwd, wat zijn de links waar je vooral op doorklikt? Wetende dat je nog een verdiepend artikel krijgt, of liever een korte tip, of een app? Laat het me weten!
Blog on!
De meest geklikte link in de vorige editie van deze nieuwsbrief was de nieuwsbrief The Slice.
Hoe 144 nieuwsbrieven voor genoeg omzet zorgen
In 2008 schreef Wired-oprichter Kevin Kelly zijn befaamde essay “A 1000 True Fans“. In de begindagen van het sociale web en de creator economie was zijn principe redelijk eenvoudig: Zorg dat je 1000 betalende fans krijgt voor je werk en je kunt er van leven. Na 13 jaar kun je je afvragen of dat nog steeds opgaat, maar zijn principe blijft interessant.
Vorige week publiceerde Substack een jubelverhaal: er zijn meer dan 1 miljoen betalende abonnees binnen hun nieuwsbrief-ecosysteem. Een mooi en inspirerend verhaal volgt hoe je als schrijver de mogelijkheid hebt om te leven van je werk. Doe goed je best, zorg voor het goede platform met netwerkeffecten (Duh…Substack dus) en de fans volgen vanzelf. Door de directe verbinding met je lezer kun je succesvol worden.
Toch?
Toch?
Scott Frey volgt op de voet wat Substack doet. Hij is eens in de cijfers gedoken en komt met een meer ontnuchterende boodschap. Na wat heftig rekenwerk en een paar aannames over de grootte van het publiek, komt Frey tot de conclusie dat de top 144 nieuwsbrieven op Substack minimaal 1000 betalende lezers (true fans) hebben. Van die 144 was het gros al bekend voor ze aan de nieuwsbrief begonnen. Wat een voordeel is als je betalende lezers zoekt. Naast de 144 grote titels zijn er nog zo’n 430 die mogelijk in de buurt komen van 1000 true fans en kunnen er van leven. De rest van de duizenden nieuwsbrieven? Niet echt.
Het is fantastisch wat Substack in de afgelopen vier jaar heeft gepresteerd. Ze hebben het spel in de inbox compleet veranderd. Ze hebben er voor gezorgd dat uitgevers hun abonnement-strategie hebben herzien. Door nieuwsbrieven krijgen gemarginaliseerde schrijvers een kans op een nieuw publiek.
Het is opvallend dat er een jaar geleden nog een flinke ophef was over het verdienmodel van Substack, dat lijkt inmiddels gekalmeerd en uitgevers beginnen hun eigen manieren te vinden om abonnees te vinden en te houden.
We zijn er nog niet. Eigenlijk begint het nu pas. Net als de begindagen van het web, leek alles een goudmijn en iedereen was een cowboy op zoek naar de juiste goudader. Slechts een handvol hebben de juiste goudader gevonden en hebben daar immens van geprofiteerd.
Nieuwsbrieven blijven gewoon bestaan. Zelfs als we in een Metaverse rondzweven met onze NFT’s in een virtuele knapzak. De directe relatie met lezers is fantastisch. Maar er zal weer een concentratie van media ontstaan. De losse betaalrelaties met individuele nieuwsbriefschrijvers is niet houdbaar. Zoals we nu al moe worden van alle abonnementen op streaming services, zo kun je maar een beperkt aantal betaalde inbox-abonnementen hebben.
Technologie-criticus Douglas Rushkoff legt in zijn column uit hoe decentralisatie en centralisatie van media elkaar blijven opvolgen. Hij gebruikt NFT’s als aanjager, je kunt hier net zo makkelijk nieuwsbrieven voor in de plaats zetten. Zoals de Every nieuwsbrief al liet zien, is het prima mogelijk om je te abonneren op een groep nieuwsbrieven. Van een diverse groep schrijvers, maar die wel in jouw straatje passen. Je zou bijna kunnen zeggen dat ze al hun verhalen bundelen en bij jou op de deurmat brengen. Voor één bedrag per maand. Waar kennen we dat model toch van?
#Mand
Aanhalingstekens zijn “overbodig”, aldus Kitty Kilian Terugblik op de derde Nederlandse Obsidian Meetup Toptip! Schaalbare gecureerde nieuwsbrieven met Inoreader en Zotero. ”My personal website is my most prized possession” Je persoonlijke taxonomie in je notities, volgens Joost Plattel (dus goed)
Elke week tips als deze ontvangen?Je inbox zal nooit meer hetzelfde zijn. Met OPEN krijg je tips om je eigen nieuwsbrief en blog nog beter te maken!EmailIk wil die nieuwsbrief! Tof dat je er bij bent ⚡️
Nieuwsbrief van de week
“Ben Affleck.” “On Monday, a baby looked at me and then cried.” “The biscotti cookie car is full of rice. The other biscotti cookie jar is full of flour. There is no biscotti in this house.” “Ben Affleck”
De nieuwsbrief “A list of people I am very mad at” is hilarisch om (soort van) elke week in je inbox te krijgen.
<!–
–>
« Untappd check-in: Black Alder (3.75 ⭐)
Last week at the 3rd Dutch language Obsidian meet-up one of the participants showed Excalidraw. This is a browser based sketching tool, that was created early last year (so about as old as Obsidian itself). There is an Obsidian plugin for it, which I first assumed would allow you to embed images made in the browser tool, but I was wrong.
The plugin allows you to create sketches with Excalidraw inside Obsidian. Using command+P and typing create, you can select to create a sketch in various ways
The sketching is done inside an Obsidian pane
You can link text in a sketch to any other note simply by adding a markdown style link [[note name]]
You can even embed another note in the sketch by adding the markdown, using ![[note name]]
The files with the sketches are saved inside your Obsidian vault. I took a look in one of the files, and they are JSON descriptions of the sketches. They’re not images, they’re text descriptions and as such small flat text files just like the notes themselves.
I’m impressed. I could even see myself sketchnoting on a tablet right in Obsidian with this.
Exalidraw living inside an Obsidian note, through a plugin. I made a basic sketch, with a link to a note at the red pin.
Opening a sketch in a text editor shows it to be JSON
Heel leerzaam en waardevol! Dank!!