De Gemeente Amsterdam wil een meldingsplicht voor sensoren in de publieke ruimte. Iedere organisatie die sensoren in de buitenruimte plaatst zou vanaf het najaar moeten melden waar die sensoren staan. Dit is nuttig om meerdere redenen. Allereerst omwille van transparantie en om de discussie over nut en noodzaak van al die sensoren om ons heen diepgaand te kunnen voeren. Of om te zien welke gegevens die nu door private organisaties worden verzameld, eventueel ook voor een gedeeld publiek belang kunnen worden gebruikt.

Amsterdam gaf eerder al een voorbeeld dat navolging verdient met de start van een algoritme-register, en dit sensorenregister lijkt me een uitstekende aanvulling.

(Defect) reclamebord op Utrecht Centraal Station dat ik in 2018 fotografeerde, met een ondoordachte camera in de publieke ruimte om aandacht voor de advertentie te meten. Burgerlijk verzet plakte de camera af.

Today we had national parliamentary elections. Just before lunch E and I went to vote. As usual voting was uneventful, this time with added face masks and hand sanitizer.

20210317_122430
Our neighbourhood polling station

This time around, to enable people to avoid lines, our city published live data on how busy polling stations are. Allowing you to choose one without too many people (you can pick any polling station in the municipality you reside in). Based on public data streams, and on Open Street Map. Well done.


amersfoort.stemdrukte.nl showing current activity at polling stations

The Open State Foundation (I’m a board member) published their current map of polling stations again at ‘Where’s my polling station‘, as they did for the national elections 4 years ago and the local elections since then. Their map is also Open Street Map based. OSF gets their data from each single municipality and republishes it as a national dataset.


Waarismijnstemlokaal.nl, where is my polling station, with info on each polling station in the Netherlands

Good to see how open data is used to strengthen the democratic process in its most direct form.

This morning I gave a guest lecture at the Amsterdam University College as part of a course on Big Data mostly (using Rob Kitchin’s book The Data Revolution: Big Data, Open Data, Data Infrastructures and Their Consequences). I talked about open data, open government data more particularly. How it creates impact, the challenges for government in publishing it, and also quite a bit on the pitfalls connected to using open data for some sort of application. I ended on the note that the ethical issues tied to open data usage are also connected to the notion that data is now a prime geopolitical factor. Any choices you make w.r.t. re-using open data will therefore tell the world a lot about who you are, and to which of the geopolitical data propositions you adhere (e.g. surveillance capitalism, data driven statism, data driven enlightenment)

The lecturer I’ve known for a decade or so from open data efforts, and he invited me as well as TU Delft’s Frederika Welle Donker. She and I have been speaking together in various settings before. A combination that worked well again this time I think, my own practice based perspectives in combination with the insights that research provides from approaching in a more rigorous manner the same questions I deal with.

I published the slides and transcript in my new set-up running ‘my own Slideshare‘, and shared the URL at the start of the talk.
This came in handy as this of course was an online event, and convenient and immediate sharing of content makes more sense in such a setting than when doing a talk in the same room as the students.

It has been a while I did such a general introduction about open data. So I spent time yesterday evening and early this morning first rewatching a general talk I gave 8 years ago, and one two years ago, thinking about what are the current developments that are relevant, and current things we are actually working on (e.g. data governance and ethical issues).

Iedereen hongert naar informatie, en naarmate we langer thuis zitten waarschijnlijk ook naar meer nuttige dingen om te doen. Data en informatie kan bij dat laatste helpen: om te zien waar je nuttig iets toe kunt voegen. Hoeveel materiaal is er beschikbaar in Nederland, en wat dreigt op te raken in een regio? Hoeveel tests worden er gedaan, hoeveel zijn er op voorraad? Welke maatregelen worden er precies genomen? Want het RIVM, GGD’s en zorginstellingen doen veel meer dan we kunnen zien. Het antwoord op die vragen is niet beschikbaar. En dus moet je of aannemen dat ‘de instanties’ het allemaal al geregeld hebben (en dat is niet waarschijnlijk want ook voor hen is een nieuwe en complexe situatie), of aannemen dat ze je bewust ongeïnformeerd houden en je niet als zelfstandige actor in deze situatie zien (en ook dat is niet waarschijnlijk, want onze medewerking is noodzakelijk).

Zelfs basale gegevens als het aantal positief getesten, overledenen, en ziekenhuisopnames, zijn niet beschikbaar als data. De cijfers worden wel genoemd in de dagelijkse nieuwsbulletins van het RIVM, maar bijvoorbeeld t.a.v. het aantal tests en ziekenhuisverblijven maar mondjesmaat en inconsistent. Het RIVM heeft wel een data site maar daar is het akelig stil.

Geen relevante zoekresultaten op data.rivm.nl

Ik maak sinds eind februari een excelblaadje, waarin ik elke dag een nieuwe regel toevoeg. Om daar uit af te leiden of we nog op de exponentiële curve zitten, of we in de buurt blijven van wat andere landen doormaken of daar vanaf wijken, en hoe dit zich verhoudt tot de cijfers over het aantal ziekenhuis- en IC-bedden. Raar natuurlijk dat die gegevens, die deels wel in de nieuwsberichten op de RIVM site staan, niet ook als data op diezelfde site te vinden zijn.

Door deze data niet standaard te delen bereik je 3 ongewenste effecten:

  • Je bent niet zelf de betrouwbaarste bron van data, iedereen die iets wil weten is afhankelijk van materiaal uit tweede (of erger) hand.
  • Het is onmogelijk om snel na te gaan of een artikel dat je leest zich baseert op kloppende brongegevens
  • Data en informatie is een middel om anderen in staat te stellen in actie te komen op manieren die het werk van het RIVM en de zorginstellingen ondersteunen. Gebrek aan informatie doemt ons op zijn best tot stilzitten, op zijn ergst tot ongeïnformeerde en schadelijke keuzes.

Die laatste van de drie is het belangrijkst. En dus is het nodig vragen aan het RIVM te stellen naar die gegevens. Dergelijke vragen worden snel als lastig, kritisch en storend ervaren. Het RIVM is volledig bezet met het bestrijden van de epidemie, en dan is elke afleiding storend. Maar in een crisis is zo groot mogelijk transparantie geven juist van belang. Dan hebben wij allemaal meer informatie om onze eigen beslissingen op te baseren, en beter te snappen waar we aan toe zijn. Die transparantie is niet alleen een taak van het RIVM, maar ook van de veiligheidsregio’s. Die veiligheidsregio’s tekenen de verordeningen waarin de beperkingen worden vastgelegd die we nu hebben. Het bestuur van die regio’s zijn de burgemeesters van de gemeenten die er binnen vallen. Die burgemeesters dienen een grotere rol te hebben in de communicatie naar hun inwoners. Niet alleen mondelinge communicatie, maar ook de feiten over de eigen regio gevat in data.

Vragen stellen aan het RIVM op dit moment werkt storend voor het RIVM, leidt af in een tijd van grote drukte en stress. Criticasters leiden alleen tot bunkermentaliteit, en dat komt de kwaliteit van hun werk niet ten goede. Toch is die missende data erg nodig.
Aantal positieve tests, en totaal aantal tests per etmaal, data uit het NIVEL netwerk, aantal sterfgevallen, demografische verdeling van zieken, gehanteerde rekenmodellen, gemaakte keuzes en verworpen keuzes, escalatiepaden, ziekenhuis en ICU bezetting per ziekenhuis, aantal huidige en historische ziekenhuisopnames, genezingen, maatregelen per veiligheidsregio (er zijn nl verschillen) en landelijk, lopende initiatieven RIVM, voorraden en verbruikssnelheid van tests en alle benodigde medische materialen, etc. etc. Het is er ongetwijfeld allemaal.

Dus hoe kunnen we de helpende hand bieden op vlakken die nu niet prioritair zijn voor het RIVM maar wel belangrijk voor de maatschappij, voor ons? Zoals communicatie en datavoorziening.
Ik snap dat het RIVM volledig in beslag wordt genomen door het werk aan Corona. Hoe kunnen we voldoende mensen regelen die de communicatie-kant komen versterken, zorgen dat informatie / overzichten / data die er ongetwijfeld wel zijn ook publiek worden gedeeld op een herbruikbare manier?
Niet om het RIVM te controleren, maar om anderen in staat te stellen te helpen, en datgene te doen wat in hun eigen context mogelijk is en bijdraagt aan het gezamenlijke doel.
Je zou bijkans een hele afdeling wetenschapscommunicatie en data-savvy mensen naar binnen* kunnen loodsen bij het RIVM met als enige doel ons leken met informatiehonger voldoende te voeden, zodat de RIVM professionals zelf kunnen doen wat nodig is. Ik snap dat het RIVM die mensen nu niet ter beschikking heeft, maar dat leidt geheid tot onrust en wantrouwen onder het publiek juist. Als niet nu dan in de komende weken wel.
(* ‘binnen’ alleen metaforisch natuurlijk, we blijven allemaal remote werken uiteraard. #blijfgewoonthuis)

Ik kreeg de jaarlijkse aanslag voor lokale belastingen binnen, met daarin de nieuwe WOZ waardebepaling (peildatum 1-1-2019). De stijging is 8,99% t.o.v. 1-1-2018.
Over 3 jaren tijd, t.o.v. 1-1-2016, is het een stijging van 28%. Dat geeft wel aan hoe moeilijk het is voor een eerste koper, een dergelijke stijging kun je niet tegenaan werken en sparen.

Je vindt alle WOZ waarden vanaf 1-1-2015 op het WOZ Waardeloket, een openbare basisregistratie. (Die eigenlijk ook al lang open data zou moeten zijn, maar de Waarderingskamer doet zelf nog erg moeilijk over openbaarheid alleen al. “We willen eigenlijk dat het zo min mogelijk gebruikt wordt.” zei laatst een betrokkene tegen een collega. Allemaal dus wél regelmatig gebruik van maken! Use it or lose it.) Het recentste taxatierapport door je gemeente van je eigen woning vind je op mijn.overheid.nl, als je gemeente daar al aan levert tenminste. Elk jaar even downloaden voor je eigen archief, en je vindt er soms ook eerdere rapporten vanaf je koopdatum / datum waarop je gemeente werd aangesloten.

In de (goede en nuttige!) sessie van de VNG over de WOO op Overheid360 eerder deze maand, werden de aanwezigen meerdere vragen gesteld. De laatste, wanneer je denkt dat de implementatie van de WOO afgerond zal zijn, leverde bovenstaande foto op.

Ik kan er nog steeds niet helemaal over uit. Het probleem van de WOO is overduidelijk dat het daarin genoemde ‘op orde krijgen van de informatiehuishouding’ tot meer werk leidt dan een overheidsorganisatie zegt aan te kunnen en budget voor te hebben (of bereid is prioriteit aan te geven).

Iedereen in de zaal zei, volgens deze foto, niet aan de wet te gaan of kunnen voldoen. Niemand zei over 5 jaren de boel op orde te hebben, de termijn die in de wet genoemd is. Twee van de 34 (6%) dachten het over 8 jaar voor elkaar te hebben, en die werden als enorme optimisten betiteld. De anderen dachten dat het tot 2030 (56%) zou duren, of nooit afkomt (38%).

De WOO krijgt het verwijt extra werk te veroorzaken. Je informatiehuishouding op orde hebben, wie eist dat nou, zo lijkt de gedachte. De WOO in huidige vorm is echter al een compromis. De eerste versie werd als onhaalbaar afgedaan, en in de nieuwe versie geeft de wetgever overheidsinstellingen vijf jaar de tijd, en de verplichting te laten zien dat je ook je best doet om in die vijf jaar een inhaalslag te maken. De 2e WOO is al een herkansing. En niet eens een tweede kans, maar de derde.

Veertig jaar geleden, 1980, werd de WOB van kracht, die openbaarheid regelt. Sinds die tijd is er vrijwel niets gedaan om openbaarheid als grondbeginsel in de informatiehuishouding op te nemen. Nog altijd wordt een WOB verzoek als lastig ervaren, want dan moet je zo zoeken waar je je spullen hebt. Omdat je je informatiehuishouding nooit hebt aangepast om openbaarheidsverzoeken snel te kunnen afhandelen. In Noorwegen krijg je per kerende post je gevraagde informatie, maar hier is een WOB verzoek (en elk verzoek om documenten, in welke vorm dan ook, is een WOB verzoek, ook dat besef is er na 40 jaren nog altijd niet) altijd extra werk, naast je gewone taken. Alsof openbaarmaking niet een wettelijke taak is. Dat heeft altijd al tot gekrakeel geleid, en de wetgever heeft de overheidsinstellingen voor die krampscheuten uitsluitend beloond (zoals het verwijderen van dwangmiddelen, anders dan de rechtsgang).

Nu verplichte actieve openbaarmaking dichterbij komt wordt nog veel zichtbaarder dat de informatiehuishouding daar niet op ingericht is. Dat was deze namelijk voor de passieve openbaarmaking van de WOB al niet. Enige tijd geleden kwam ik nog een hoofd bedrijfsinformatie bij een overheidsinstelling tegen die me vroeg “dus jij zegt dat openbaarheid wettelijk is omschreven?”. Ja dat zei ik. En wel al veel langer dan iedereen in die sessie waar ik bovenstaande foto maakte bij de overheid werkt.

Er zijn diverse zaken die al lang verplicht zijn om actief openbaar te maken (denk aan besluiten, vergunningen etc.), en dat lukt. Er is dus niet echt reden aan te nemen dat het voor een lijst van anderen zaken, zoals de WOO opnoemt, in vijf jaren niet ook zou kunnen.

Uit de slide bovenaan blijkt dat men al heeft opgegeven voordat de WOO er nog maar is.
Het is kennelijk een erg radicaal idee om een algemene openbaarheids- en data/informatie-strategie op te stellen die ook belooft de implementatie van de WOO netjes op tijd af te ronden. Een aanpak waarbij je actieve openbaarmaking als kans ziet. Als een instrument waarmee je het gedrag van allerlei externe betrokkenen kunt beïnvloeden. Zoals je nu financiering (subsidies) en regelgeving inzet om gedrag te beïnvloeden, is openbaarmaking een derde beleidsinstrument. En wel de goedkoopste van de drie.

Mij doet het allemaal denken aan het onderstaande plaatje dat in al mijn vroegere kennismanagement- en veranderprojecten wel van toepassing was. “We hebben geen tijd voor fundamentele aanpassingen, want we zijn al zo druk met ons normale werk en brandjes blussen”.

Too Busy To Improve - Performance Management - Square Wheels
Alan O’Rourke, license CC-BY