Iedereen hongert naar informatie, en naarmate we langer thuis zitten waarschijnlijk ook naar meer nuttige dingen om te doen. Data en informatie kan bij dat laatste helpen: om te zien waar je nuttig iets toe kunt voegen. Hoeveel materiaal is er beschikbaar in Nederland, en wat dreigt op te raken in een regio? Hoeveel tests worden er gedaan, hoeveel zijn er op voorraad? Welke maatregelen worden er precies genomen? Want het RIVM, GGD’s en zorginstellingen doen veel meer dan we kunnen zien. Het antwoord op die vragen is niet beschikbaar. En dus moet je of aannemen dat ‘de instanties’ het allemaal al geregeld hebben (en dat is niet waarschijnlijk want ook voor hen is een nieuwe en complexe situatie), of aannemen dat ze je bewust ongeïnformeerd houden en je niet als zelfstandige actor in deze situatie zien (en ook dat is niet waarschijnlijk, want onze medewerking is noodzakelijk).

Zelfs basale gegevens als het aantal positief getesten, overledenen, en ziekenhuisopnames, zijn niet beschikbaar als data. De cijfers worden wel genoemd in de dagelijkse nieuwsbulletins van het RIVM, maar bijvoorbeeld t.a.v. het aantal tests en ziekenhuisverblijven maar mondjesmaat en inconsistent. Het RIVM heeft wel een data site maar daar is het akelig stil.

Geen relevante zoekresultaten op data.rivm.nl

Ik maak sinds eind februari een excelblaadje, waarin ik elke dag een nieuwe regel toevoeg. Om daar uit af te leiden of we nog op de exponentiële curve zitten, of we in de buurt blijven van wat andere landen doormaken of daar vanaf wijken, en hoe dit zich verhoudt tot de cijfers over het aantal ziekenhuis- en IC-bedden. Raar natuurlijk dat die gegevens, die deels wel in de nieuwsberichten op de RIVM site staan, niet ook als data op diezelfde site te vinden zijn.

Door deze data niet standaard te delen bereik je 3 ongewenste effecten:

  • Je bent niet zelf de betrouwbaarste bron van data, iedereen die iets wil weten is afhankelijk van materiaal uit tweede (of erger) hand.
  • Het is onmogelijk om snel na te gaan of een artikel dat je leest zich baseert op kloppende brongegevens
  • Data en informatie is een middel om anderen in staat te stellen in actie te komen op manieren die het werk van het RIVM en de zorginstellingen ondersteunen. Gebrek aan informatie doemt ons op zijn best tot stilzitten, op zijn ergst tot ongeïnformeerde en schadelijke keuzes.

Die laatste van de drie is het belangrijkst. En dus is het nodig vragen aan het RIVM te stellen naar die gegevens. Dergelijke vragen worden snel als lastig, kritisch en storend ervaren. Het RIVM is volledig bezet met het bestrijden van de epidemie, en dan is elke afleiding storend. Maar in een crisis is zo groot mogelijk transparantie geven juist van belang. Dan hebben wij allemaal meer informatie om onze eigen beslissingen op te baseren, en beter te snappen waar we aan toe zijn. Die transparantie is niet alleen een taak van het RIVM, maar ook van de veiligheidsregio’s. Die veiligheidsregio’s tekenen de verordeningen waarin de beperkingen worden vastgelegd die we nu hebben. Het bestuur van die regio’s zijn de burgemeesters van de gemeenten die er binnen vallen. Die burgemeesters dienen een grotere rol te hebben in de communicatie naar hun inwoners. Niet alleen mondelinge communicatie, maar ook de feiten over de eigen regio gevat in data.

Vragen stellen aan het RIVM op dit moment werkt storend voor het RIVM, leidt af in een tijd van grote drukte en stress. Criticasters leiden alleen tot bunkermentaliteit, en dat komt de kwaliteit van hun werk niet ten goede. Toch is die missende data erg nodig.
Aantal positieve tests, en totaal aantal tests per etmaal, data uit het NIVEL netwerk, aantal sterfgevallen, demografische verdeling van zieken, gehanteerde rekenmodellen, gemaakte keuzes en verworpen keuzes, escalatiepaden, ziekenhuis en ICU bezetting per ziekenhuis, aantal huidige en historische ziekenhuisopnames, genezingen, maatregelen per veiligheidsregio (er zijn nl verschillen) en landelijk, lopende initiatieven RIVM, voorraden en verbruikssnelheid van tests en alle benodigde medische materialen, etc. etc. Het is er ongetwijfeld allemaal.

Dus hoe kunnen we de helpende hand bieden op vlakken die nu niet prioritair zijn voor het RIVM maar wel belangrijk voor de maatschappij, voor ons? Zoals communicatie en datavoorziening.
Ik snap dat het RIVM volledig in beslag wordt genomen door het werk aan Corona. Hoe kunnen we voldoende mensen regelen die de communicatie-kant komen versterken, zorgen dat informatie / overzichten / data die er ongetwijfeld wel zijn ook publiek worden gedeeld op een herbruikbare manier?
Niet om het RIVM te controleren, maar om anderen in staat te stellen te helpen, en datgene te doen wat in hun eigen context mogelijk is en bijdraagt aan het gezamenlijke doel.
Je zou bijkans een hele afdeling wetenschapscommunicatie en data-savvy mensen naar binnen* kunnen loodsen bij het RIVM met als enige doel ons leken met informatiehonger voldoende te voeden, zodat de RIVM professionals zelf kunnen doen wat nodig is. Ik snap dat het RIVM die mensen nu niet ter beschikking heeft, maar dat leidt geheid tot onrust en wantrouwen onder het publiek juist. Als niet nu dan in de komende weken wel.
(* ‘binnen’ alleen metaforisch natuurlijk, we blijven allemaal remote werken uiteraard. #blijfgewoonthuis)

Ik kreeg de jaarlijkse aanslag voor lokale belastingen binnen, met daarin de nieuwe WOZ waardebepaling (peildatum 1-1-2019). De stijging is 8,99% t.o.v. 1-1-2018.
Over 3 jaren tijd, t.o.v. 1-1-2016, is het een stijging van 28%. Dat geeft wel aan hoe moeilijk het is voor een eerste koper, een dergelijke stijging kun je niet tegenaan werken en sparen.

Je vindt alle WOZ waarden vanaf 1-1-2015 op het WOZ Waardeloket, een openbare basisregistratie. (Die eigenlijk ook al lang open data zou moeten zijn, maar de Waarderingskamer doet zelf nog erg moeilijk over openbaarheid alleen al. “We willen eigenlijk dat het zo min mogelijk gebruikt wordt.” zei laatst een betrokkene tegen een collega. Allemaal dus wél regelmatig gebruik van maken! Use it or lose it.) Het recentste taxatierapport door je gemeente van je eigen woning vind je op mijn.overheid.nl, als je gemeente daar al aan levert tenminste. Elk jaar even downloaden voor je eigen archief, en je vindt er soms ook eerdere rapporten vanaf je koopdatum / datum waarop je gemeente werd aangesloten.

In de (goede en nuttige!) sessie van de VNG over de WOO op Overheid360 eerder deze maand, werden de aanwezigen meerdere vragen gesteld. De laatste, wanneer je denkt dat de implementatie van de WOO afgerond zal zijn, leverde bovenstaande foto op.

Ik kan er nog steeds niet helemaal over uit. Het probleem van de WOO is overduidelijk dat het daarin genoemde ‘op orde krijgen van de informatiehuishouding’ tot meer werk leidt dan een overheidsorganisatie zegt aan te kunnen en budget voor te hebben (of bereid is prioriteit aan te geven).

Iedereen in de zaal zei, volgens deze foto, niet aan de wet te gaan of kunnen voldoen. Niemand zei over 5 jaren de boel op orde te hebben, de termijn die in de wet genoemd is. Twee van de 34 (6%) dachten het over 8 jaar voor elkaar te hebben, en die werden als enorme optimisten betiteld. De anderen dachten dat het tot 2030 (56%) zou duren, of nooit afkomt (38%).

De WOO krijgt het verwijt extra werk te veroorzaken. Je informatiehuishouding op orde hebben, wie eist dat nou, zo lijkt de gedachte. De WOO in huidige vorm is echter al een compromis. De eerste versie werd als onhaalbaar afgedaan, en in de nieuwe versie geeft de wetgever overheidsinstellingen vijf jaar de tijd, en de verplichting te laten zien dat je ook je best doet om in die vijf jaar een inhaalslag te maken. De 2e WOO is al een herkansing. En niet eens een tweede kans, maar de derde.

Veertig jaar geleden, 1980, werd de WOB van kracht, die openbaarheid regelt. Sinds die tijd is er vrijwel niets gedaan om openbaarheid als grondbeginsel in de informatiehuishouding op te nemen. Nog altijd wordt een WOB verzoek als lastig ervaren, want dan moet je zo zoeken waar je je spullen hebt. Omdat je je informatiehuishouding nooit hebt aangepast om openbaarheidsverzoeken snel te kunnen afhandelen. In Noorwegen krijg je per kerende post je gevraagde informatie, maar hier is een WOB verzoek (en elk verzoek om documenten, in welke vorm dan ook, is een WOB verzoek, ook dat besef is er na 40 jaren nog altijd niet) altijd extra werk, naast je gewone taken. Alsof openbaarmaking niet een wettelijke taak is. Dat heeft altijd al tot gekrakeel geleid, en de wetgever heeft de overheidsinstellingen voor die krampscheuten uitsluitend beloond (zoals het verwijderen van dwangmiddelen, anders dan de rechtsgang).

Nu verplichte actieve openbaarmaking dichterbij komt wordt nog veel zichtbaarder dat de informatiehuishouding daar niet op ingericht is. Dat was deze namelijk voor de passieve openbaarmaking van de WOB al niet. Enige tijd geleden kwam ik nog een hoofd bedrijfsinformatie bij een overheidsinstelling tegen die me vroeg “dus jij zegt dat openbaarheid wettelijk is omschreven?”. Ja dat zei ik. En wel al veel langer dan iedereen in die sessie waar ik bovenstaande foto maakte bij de overheid werkt.

Er zijn diverse zaken die al lang verplicht zijn om actief openbaar te maken (denk aan besluiten, vergunningen etc.), en dat lukt. Er is dus niet echt reden aan te nemen dat het voor een lijst van anderen zaken, zoals de WOO opnoemt, in vijf jaren niet ook zou kunnen.

Uit de slide bovenaan blijkt dat men al heeft opgegeven voordat de WOO er nog maar is.
Het is kennelijk een erg radicaal idee om een algemene openbaarheids- en data/informatie-strategie op te stellen die ook belooft de implementatie van de WOO netjes op tijd af te ronden. Een aanpak waarbij je actieve openbaarmaking als kans ziet. Als een instrument waarmee je het gedrag van allerlei externe betrokkenen kunt beïnvloeden. Zoals je nu financiering (subsidies) en regelgeving inzet om gedrag te beïnvloeden, is openbaarmaking een derde beleidsinstrument. En wel de goedkoopste van de drie.

Mij doet het allemaal denken aan het onderstaande plaatje dat in al mijn vroegere kennismanagement- en veranderprojecten wel van toepassing was. “We hebben geen tijd voor fundamentele aanpassingen, want we zijn al zo druk met ons normale werk en brandjes blussen”.

Too Busy To Improve - Performance Management - Square Wheels
Alan O’Rourke, license CC-BY

Read Do we really want to “sell” ourselves? The risks of a property law paradigm for personal data ownership.
....viewing this data as property that is capable of being bought, sold, and owned by others is in large part how we ended up with a broken internet funded by advertising — or the “ad tech model” of the Internet. A property law-based, ownership model of our data risks extending this broken ad tech model of the Internet to all other facets of our digital identity and digital lives expressed through data. While new technology solutions are emerging to address the use of our data online, the threat is not solved with technology alone. Rather, it is time for our attitudes and legal frameworks to catch up. The basic social compact should be explicitly supported and reflected by our business models, legal frameworks and technology architectures, not silently eroded and replaced by them.

Elizabeth Renieris and Dazza Greenwood give different words to my previously expressed concerns about the narrative frame of personal ownership of data and selling it as a tool to counteract the data krakens like Facebook. The key difference is in tying it to different regulatory frameworks, and when each of those comes into play. Property law versus human rights law.

I feel the human rights angle also will serve us better in coming to terms with the geopolitical character of data (and one that the EU is baking into its geopolitical proposition concerning data). In the final paragraph they point to the ‘basic social compact’ that needs explicit support. That I connect to my notion of how so much personal data is also more like communal data, not immediately created or left by me as an individual, but the traces I leave acting in public. At Techfestival Aza Raskin pointed to fiduciary roles for those holding data on those publicly left personal data traces, and Martin von Haller mentioned how those personal data traces also can serve communal purposes and create communal value, placing it in yet another legal setting (that of weighing privacy versus public interest)

Last week I attended Techfestival in Copenhagen. I participated in a day long Public Data Summit. This posting are thoughts and notes based on some of what was discussed during that Public Data Summit.

Techfestival.co Public Data SummitGroup work at the Public Data Summit

Martin von Haller Groenbaek (we go back in open data a long time) provided an interesting lightning talk at the start of the Public Data Summit. He posited that in order to realise the full potential of open (government) data, we probably need to be more relaxed in sharing personal data as well.

There is a case to be made, I agree. In energy transition for instance your (real time) personal electricity use is likely key information. The aggregated yearly usage of you and at least 10 neighbours e.g. the Dutch electricity networks make available is not useless by far, but lacks the granularity, the direct connection to real people’s daily lives to be truly valuable for anything of practical use.

I agree with the notion that more person related data needs to come into play. Martin talked about it in terms of balancing priority, if you want to fix climate change, or another key societal issue, personal data protection can’t be absolute.

Now this sounds a bit like “we need your personal data to fight terrorism” which then gets translated “give me your fingerprints or your safety and security is compromised”, yet that is both an edge case and an example of the types of discussions needed to find the balancing point, to avoid false dilemma’s or better yet prevent reductionism towards ineffective simplicity (such as is the case with terrorism, where all sense of proportionality is abandoned). The balancing point is where the sweet spot of addressing the right level of complexity is. In the case of terrorism the personal data sharing discussion is framed as “you’re either with us, or with the terrorists” to quote Bush jr., a framing in absolutes and inviting a cascade of scope creep.

To me this is a valuable discussion to be had, to determine when and where sharing your personal data is a useful contribution to the common good or even should be part of a public good. Currently that ‘for the common good’ part is not in play mostly. We’re leaking personal data all over the tech platforms we use, without much awareness of its extend or how it is being used. We do know these data are not being used for the common good as it’s in no-one’s business model. This public good / common good thinking was central to our group work in the Public Data Summit during the rest of the day too.

Martin mentioned the GDPR as a good thing, certainly for his business as a lawyer, but also as a problematic one. Specifically he criticised the notion of owning personal data, and being able to trade it as a commodity based on that ownership. I agree, for multiple reasons. One being that a huge amount of our personal data is not directly created or held by me, as it is data about behavioural patterns, like where my phone has been, where I used my debit card, the things I click, the time I spent on pages, the thumbprint of my specific browser and plugins setup etc. The footsteps we leave on a trail in the forest aren’t personal data, but our digital footsteps are, because the traces can, due to the persistence of those tracks, more easily than in the woods be followed back to their source as well as can get compared to other tracks you leave behind.

Currently those footsteps in the digital woods are contractualised away into the possession of private owners of the woods we walk in, i.e. the tech platforms. But there’s a strong communal aspect to your and my digital footsteps as personal data. We need to determine how we can use that collectively, and how to govern that use. Talking about the ownership of data, especially the data we create by being out in the (semi) public sphere (e.g. tech platforms) and the ability to trade for it (like Solid suggests), has 2 effects: it bakes in the acceptance that me allowing FB to work with my data is a contract between equal parties (GDPR rightly tries to address this assymmetry). Aza Raskin in his keynote mentioned this too, saying tech platforms should be more seen and regulated as fiduciaries, to acknowledge the power asymmetry. And it takes the communal part of what we might do with data completely out of the equation. I can easily imagine when and where I’d be ok with my neighbours, my local government, a local NGO, or specific topical/sectoral communities etc. having access to using data about me. Where that same use by FB et al would not be ok at all under any circumstance.

In the intro’s to the public data summit civil society however was very much absent, there was talk about government and their data, and how it needed the private sector to do something valuable with it. Where to me open (e-)government, and opening data is very much about allowing the emergence and co-creation of novel public services by government/governance working together with citizens. Things we maybe not now regard as part of public institutions, structures or the role of government, but that in our digitised world very well could, or even should, be.

Amexus is organising a conference on digitisation in the energy sector, and more specifically in the energy transition. Earlier this week I was interviewed at home about the role of open data in energy transition and my work with Dutch provinces on this topic.

The video, in German, has already been made available.