Since yesterday evening I am residing at the top floor of our home. This as I fell ill with Covid. Sleeping away from E and Y hopefully reduces the risk of them also getting infected. I had opened the door to our small roof terrace for ventilation (helped by it finally not raining and being sunny). Already earlier today two magpies were making noise out on the terrace. I woke up from a nap because of similar noises, and assumed the same source. Somehow it sounded nearer though. Turns out one of the magpies had decided to explore inside, and then didn’t find the way back. I sort of chased and guided it to the door opening, and then it settled in the tree across the watercourse yelling at me.

Gisteravond was de 6e meet-up van Nederlandstalige Obsidian gebruikers. Net als de editie van afgelopen december vond deze meet-up plaats onder de vlag van de Digitale Fitheid community en de KNVI (Koninklijke Nederlandse Vereniging van Informatieprofessionals).
De vorige keer was ik een van de facilitators, dit keer was de begeleiding in handen van Martijn Aslander en Lykle de Vries. Dat gaf mij gelegenheid meer inhoudelijk mee te doen, en dat was prettig.

Het recept was hetzelfde als wat Marieke van Vliet en ik de vorige keer improviseerden: aanwezigen droegen aan het begin een onderwerp aan, en vervolgens mocht iemand telkens iets kiezen uit de lijst (maar niet het eigen onderwerp). Zo komt een divers lijstje onderwerpen tot stand, en zorg je ervoor dat een bredere groep aan het woord komt.

Iemand vroeg of je Obsidian ook op een USB stick kunt draaien. Dat je je vault op een stick hebt, en dan op systemen waar Obsidian staat die kunt openen inclusief alle plugins etc. Ik stelde voor dat ter plekke te proberen, en het antwoord lijkt ja te zijn. Deed me denken aan de wiki-on-a-stick experimenten die ik lang geleden deed rondom het ‘patchwork portal‘, waarbij wiki’s met een lokale kleine webserver op een stick werden uitgedeeld waar anno 2005 nog geen of heel weinig internet verbinding was.

Ik was zelf benieuwd of mensen n.a.v. de PKM Summit in maart meer zijn gaan doen met de visuele technieken die Zsolt Viczián met zijn Excalidraw plugin toen liet zien. Met name was ik geïnteresseerd in of mensen bestanden tegelijkertijd als tekst en als visueel element gebruiken (hier uitgelegd door Nicole van der Hoeven). Twee deelnemers lieten het e.e.a. zien. Zelf heb ik een sneltoets voor het schakelen tussen tekst en visueel ingesteld, maar dat zag ik hen niet doen. Dat zegt me dat ze die switch weinig maken. Ik zal er zelf eens iets over schrijven in meer detail, met twee recente voorbeelden hoe dat waardevol voor me was en heel prettig en wrijvingsloos voelde.

Maarten den Braber was een van de aanwezigen die liet zien hoe hij bepaalde zaken in zijn workflow automatiseert, vanuit hetzelfde principe dat ik hanteer: geen dingen doen die uniek zijn voor Obsidian, je moet altijd ook met je platte tekst bestanden uit de voeten kunnen. Hij liet de PDF++ plugin zien, en die moet ik zeker eens onderzoeken en vergelijken met hoe ik momenteel Zotero gebruik.

Muhammed Kilic liet zien hoe hij over meerdere apps heen dezelfde tags, links en indexes gebruikt. Hij noemde daarbij hoe ik dat ook doe in mijn hypothes.is annotaties (links naar bestaande notes, taken, tags opnemen waardoor het in Obsidian meteen in context staat), maar liet zien dat hij dat ook in Zotero doet. Dat doe ik niet in mijn annotaties daar, en toen hij het liet zien vroeg ik me af waarom eigenlijk. Ik link wel vanuit Obsidian naar Zotero, maar in mijn annotaties verweef ik in Zotero mijn notes en tags veel minder. Eens over nadenken, en uitproberen.

Tot slot merkte ik dat het in een groepsgesprek als dit lastig is om min of meer standaard ook te laten zien wat je beschrijft. Je moet je dan maar voorstellen wat iemand daadwerkelijk doet, ipv het te zien. Voelen we ons kwetsbaar in het tonen van onze tools en werkwijzen? Het aantal malen dat ‘tell’ ook met ‘show’ werd ondersteund was daardoor beperkt, en dat is jammer vind ik. Voor een volgende keer zou het ook leuk zijn om in plaats van over aspecten te praten eens iets van ieders gehele implementatie te zien, en daar vragen over te stellen.

I flipped the switch yesterday on my one remaining Twitter account, @tonzylstra, my original one. I registered in December 2006, so the account didn’t quite make it to 18 years. My Mastodon activity started spring 2017, so let’s see where that will be 11 years down the road.

I had stopped using my Twitter account (posted a redirect to my Mastodon account in 2018) and a year ago deleted the other ones I had (including that of my company), but held on to this one for nostalgia I think. Because even if at the end of 2006 I felt I was late to Twitter (I was an avid Jaiku user, a European better alternative that got acquired and was immediately killed by Google), my user ID and first (SMS!) message were well within the early phase of Twitter.

Last time I looked at my following timeline even that had deteriorated. Bad enough certainly to overcome any lingering nostalgia.

My user ID is number 59923, registered on Tuesday December 12th, 2006. Judging by the time, 10:36am, I registered during my regular 10:30 coffee break.

One minute later I posted my first message. It had ID 994313, so my Tweet was just within the first million messages on Twitter

Me in Everyone’s So Nice Around Here! (Best Before: See Back), after Musk acquired Twitter in November 2022.


A last look over the shoulder


Gone.

Juni is een goede maand voor open data dit jaar.

Ten eerste keurde vorige week dinsdag 4 juni de Eerste Kamer de wet goed die de Europese open data richtlijn implementeert in de Nederlandse Wet Hergebruik Overheidsinformatie. Al is de wet nog niet gepubliceerd en dus nog niet van kracht komt daarmee een einde aan drie jaar vertraging. De wet had al per juli 2021 in moeten gaan. De Europese richtlijn ging namelijk in juli 2019 in en gaf Lidstaten twee jaar de tijd voor omzetting in nationale wetgeving.

Ten tweede ging afgelopen zondag 9 juni de verplichting voor het actief publiceren door overheden via API’s van belangrijke data op zes thema’s in. Die Europese verordening werd eind 2022 aanvaard, werd begin februari 2023 van kracht, en gaf overheden 16 maanden d.w.z. tot zondag om er aan te voldoen. De eerste rapportage over de implementatie moeten Lidstaten in februari 2025 doen, dus ik neem aan dat veel landen die periode nog gebruiken om aan de verplichtingen te voldoen. Maar het begin is er. In Nederland is de impact van deze High Value Data verordening relatief gering, want het merendeel van de data die er onder valt was hier al open. Tegelijkertijd was dat in andere EU landen niet altijd het geval. Nu kun je dus Europees dekkende datasets samenstellen.

I topped 1000 annotations in Hypothesis today. That is a year and 9 months after reaching 100 after the first month, or about 45 per month in total. Almost all of them are public annotations (97%).

While I do use it regularly, I don’t use it daily or at high volume. Annotations are automatically added to my local notes through the Hypothesis API, which is where I continue working on them. About the same number of annotations I make directly from my browser to my notes using a markdown webclipper, mostly when I save an entire article. Any annotations of PDFs I do in Zotero, and then there’s the e-book and paper book annotations. So at most a quarter of my annotations is in Hypothes.is.

In my annotations I have become accustomed to referencing existing notes (I have a little hotkey that lets me search and then paste a note title as markdown link in the annotation), using tags, and adding to-do’s that are picked up by my to-do lists. Things I started doing in the first month, like adding webarchive urls as page note, I still routinely do. All good reduction of friction I find.

I made it possible to post a first page annotation to Hypothes.is directly from my feed reader a year ago. While in theory that is very useful, in practice I’ve used it sparingly. Mostly because I have been spending less time inside my feed reader I think.

Many annotations are just basically bookmarking an article with a first remark for curation and being able to find it back in my own terms. While I do return to some of those for more extensive annotation, that is not often. Partly because I may do that in my local notes, partly because as always you encounter more than you can process. I do regularly re-find my annotations in my notes when searching, which is useful, and that sometimes results in revisiting an article for further annotation.

There is some performance effect involved in public annotation I suspect. I annotate mostly in English and am always aware others may read that. Especially criticism brings that awareness. It makes it feel like a form of blogging, but with an even smaller audience than my blog’s.

The social effect I experience of using Hypothes.is is very small. I’m not involved in annotating groups, which undoubtedly would feel different. I have had some conversation resulting from annotation however, which is always fun.

While I am enthusiastic about Hypothes.is as a tool, it hasn’t become a central tool, nor the primary ‘place’ for annotating things. I wonder if that would be different if I was more capable in interacting more with the API (e.g. to send changes or other annotations sources to H.), or if I could run a personal instance of it and federate that.

I started using Hypothes.is after the summer of 2022 because of reading the book Annotation by Kalir and Garcia in the spring of 2022 (although my Hypothesis account already existed).
My perception of annotations has permanently changed because of reading that book. It is now a much more everyday occurrence and practice within my sense making, not just for academic articles or books, and can take different shapes and forms. Just that most of that takes place outside of Hypothes.is.

How could I not buy these small notebooks? Made by my friend Peter from paper cut-offs from boxes he made and printed in Tuscany, they are made from Magnani 1404 paper. Magnani started making paper in Pescia in 1404 (they ceased operation in recent years, but another Magnani is still making paper, since 1481), right at the moment in time that the literate population of Tuscany started using paper notebooks to make everyday notes, and lots of them. Paper had become affordable and available enough roughly a century earlier, with Tuscany being at the heart of that, and Florentine merchants used their book keeping system and the paper notebooks needed for it to build a continent spanning trade network. After the Black Death personal note taking took off too, and from 1400 onwards it had become commonplace:

At the end of the Middle Ages, urban Tuscans seemed stricken with a writing fever, a desire to note down everything they saw.’ But they remained a peculiarly local phenomenon: there was something uniquely Florentine (or more accurately ‘Tuscan’ as examples also survive from Siena and Lucca) about them,…

Allen, Roland. The Notebook: A History of Thinking on Paper (p. 61).”

Around the turn of the year I gave The Notebook as a present to Peter thinking it would be something to his liking. My own notes have helped me learn and work for decades. E and I when we lived in Lucca for a month, passed through Pescia by train en route to Firenze.

Tuscany, paper from a company that was there from the start of everyday note taking, The Notebook, personal knowledge management, and friendship, all coming together in this piece of craftsmanship. How could I not buy them? So I did.