In 2018 richtten we de Vereniging Open Nederland op. Die vereniging ondersteunt in Nederland het werk van Creative Commons, en vertegenwoordigt makers die hun werk op een open manier willen delen. Tot 2018 werd Creative Commons ondersteund in Nederland door Kennisland, Waag Society en het Instituut voor Informatierecht, sinds die tijd doen wij het. De vereniging stimuleert open kennis, informatie en cultuur. We hanteren daarbij de open definitie die gebruik, bewerken en delen voor alle doeleinden toestaat, hoogstens met vereisten t.a.v. naamsvermelding en het behoud van openheid ook na gebruik. Sinds de oprichting ben ik penningmeester van de Vereniging Open Nederland.

Als je vanochtend koppensnellend de krant leest zou je denken dat ik als penningmeester sinds recent een fortuin beheer. Open Nederland kreeg bijna 1 miljard euro voor het gedurende 3 maanden uitrollen van sneltests om de toegang tot evenementen en publieke locaties mogelijk te maken. De ophef is groot omdat er weinig transparantie en controle lijkt te zijn verbonden aan dat enorme bedrag.
Die opdracht en dat geld ging echter (gelukkig) niet naar de Vereniging Open Nederland, maar naar de Stichting Open Nederland. Zelfde naam, andere rechtspersoon.

Bij de Vereniging Open Nederland hebben we inmiddels al sinds de oprichting van die Stichting begin dit jaar last van de naamsverwarring die dat oproept. Vooral omdat de Stichting bijzonder weinig transparant is en geen contactgegevens publiceert.
Daardoor komen pers, bedrijven, en (soms verwarde) burgers via zoekmachines bij ons terecht. Het resultaat is veel e-mails die niet voor ons zijn, en veel telefoontjes afhandelen (meer in een dag dan normaal in een maand) om uit te leggen dat ze de verkeerde bellen. Met enige regelmaat raakt onze website overbelast, omdat een goedkoop hostingpakket grenzen aan het toegelaten verkeer stelt. Dat kost allemaal tijd en geld. Weinig geld in vergelijking met het klaarblijkelijke budget van de Stichting Open Nederland uiteraard. Maar dat is niet ons budget, want wij zijn zoals gezegd de Vereniging Open Nederland.

Met een automatisch bericht op onze telefoonlijn, en een verkeer afvangende voorpagina voor onze website beperken we de overlast enigszins. Op social media moeten we sinds de berichtgeving vanochtend ook het nodige aan uitleg geven dat @opennederland niets te maken heeft met de gelijknamige Stichting.

Uiteraard hebben we al veel eerder contact gezocht met de Stichting. De oprichter zegde toe dat de naam van de stichting niet zou worden gebruikt in de communicatie. Dat namen we maar even aan, want het was tenslotte de voormalig bevelhebber van de strijdkrachten die het zei. Die toezegging bleek niets waard (niet geheel onverwacht want het is lastig als het de naam van je rechtspersoon is, en je geen andere handelsnaam hebt geregistreerd). Vandaar dat we vorige week nog maar eens een schriftelijke poging (PDF) deden de stichting Open Nederland te vragen hun communicatie aan te passen.

Voorlopig is het dus alleen de vereniging die voor de stichting de telefoon opneemt. Om je te zeggen dat je niet bij ons moet zijn voor sneltests of hoe dat zit met dat miljard. Tenzij je een maker bent die Creative Commons wil gebruiken om je werk te verspreiden. Dan ben je van harte welkom en hebben we alle tijd voor je.

It was windy and snowy yesterday in Zeeland. We watched the waves and leaned into the heavy winds on the sea dike. This photo I took from Vlissingen’s old harbour head, looking out over the Western Scheldt. I like the composition with the ship, and the bright line in the clouds countering the lines from the harbour jetty.

Westerschelde

De Gemeente Amsterdam wil een meldingsplicht voor sensoren in de publieke ruimte. Iedere organisatie die sensoren in de buitenruimte plaatst zou vanaf het najaar moeten melden waar die sensoren staan. Dit is nuttig om meerdere redenen. Allereerst omwille van transparantie en om de discussie over nut en noodzaak van al die sensoren om ons heen diepgaand te kunnen voeren. Of om te zien welke gegevens die nu door private organisaties worden verzameld, eventueel ook voor een gedeeld publiek belang kunnen worden gebruikt.

Amsterdam gaf eerder al een voorbeeld dat navolging verdient met de start van een algoritme-register, en dit sensorenregister lijkt me een uitstekende aanvulling.

(Defect) reclamebord op Utrecht Centraal Station dat ik in 2018 fotografeerde, met een ondoordachte camera in de publieke ruimte om aandacht voor de advertentie te meten. Burgerlijk verzet plakte de camera af.

20210325_142146
Walking in Amelisweerd, photo by me, CC BY SA.

I was away from home today. It was almost like I didn’t know how that worked anymore. What do I take with me? Where’s my laptop’s spare adapter? My mifi router? In the morning I met up with a client team (with special approval by the client organisation to meet up in its offices), and afterwards went for a walk with a few colleagues at the Amelisweerd estate near Utrecht. Also went to pick up some mail from the office. Being outside was fine, having to relocate between activities felt odd after months of just switching windows for that. It was also tiring. Crazy!

Continuing on from my recent remarks about the deterioration of LinkedIn, and my earlier thoughts on personal CRM as a non-LinkedIn, I’ve requested a download of my LinkedIn data. I wanted to take a look at what is included in it.

As I remembered from an earlier download the provided contact list contains the name, current role and date of connecting, but no links to the corresponding profiles. That renders the list of names more or less useless, if you would actually want to take your data and move on. However, going to the overview of my network on the LinkedIn site I can get my entire network shown in a single list. This overview used to be paginated, but now the network page is an endless scroll. It takes a bit of scrolling to go to the bottom of the list of a few thousand connections but then I had all my connections shown on a single page. Having saved that html file I can now strip out the links to profiles and add them to the list of connections in the data download. How I can make all that downloaded material useful as input for a personal CRM system is still an open but interesting question.

It’s odd to see how conspiracy fantasies, suspect sources, disinformation and deliberate emotionally provocative or even antagonistic wording are on the rise on my LinkedIn timeline.

I first encountered a QAnon account in a comments section last August, but that person was still many steps away in my network. Now I see things popping up from direct connections and their connections. I had assumed that LinkedIn being tied to your professional reputation would go a long way to prevent such things, but apparently not any longer. In some instances, it’s almost as if people don’t realise they’re doing it, a boiling-a-frog effect of sorts.

One person being called out for some under-informed reactionary content by pointing out that their employer has the capabilities and resources to prove them wrong even responded “leave my employer out of it”. That’s not really possible though, as your employer is in your by-line and accompanies your avatar with every post and comment you make. Seven months after first encountering something like that on my LinkedIn timeline it is now a daily part of my timeline, and all coming from my Dutch network and their connections.

LinkedIn is starting to feel as icky as Facebook did three years ago. Makes me wonder how long LinkedIn will remain a viable tool. I don’t think I will be spending much or any attention on my timeline moving forward, until the moment LinkedIn is as much a failed social platform as others and it’s time to let go of it completely. That doesn’t mean disengaging with the people in my network obviously, but it is not at all my responsibility to help LinkedIn reach a certain level of quality of discourse by trying to counteract the muck. I was an early user of LinkedIn (nr. 8730, look at the source of your profile page and search it for ‘member:’ to find your number) in the spring of 2003, I know there’s already a trickle of people leaving the platform, and I wonder when (not if) I’ll fully join them.